Alles dat tijdelijk bestaat, is een unieke uitdrukking van één tijdloos bewustzijn. Dat bewustzijn is dus ook de bron van alle menselijke creativiteit, intelligentie en liefde. Men kan zich meer of minder bewust zijn van deze bron; er meer of minder mee in contact staan; meer of minder in harmonie ermee denken en handelen.

Wanneer wij op aarde komen, is deze voor ons aanvankelijk vol chaos (duisternis). Waarnemingen, beelden, woorden, beschouwingen en uiteindelijk overtuigingen buitelen door en over elkaar heen. Bewust leven is ordening (licht) aanbrengen in die chaos. Ieder mens is bezig met dat ordenen, met van duisternis naar licht gaan. Eerst min of meer onbewust door opvoeding, later in toenemende mate door eigen keuzes. Zo geven we onszelf een plek in de wereld en vormen we tegelijk die wereld.

Dit proces vindt niet plaats op een sociaal eiland, maar in een cultuur. D.w.z., in een herkenbare gemeenschappelijke ordening, een samenstel van codes, normen, waarden en overtuigingen. We leven tegelijk in een macrocultuur (religies, landen) en een microcultuur (familie, wijk, vereniging). Dit zijn niet slechts abstracte begrippen. Want wat zich manifesteert op aarde, bestaat ook op een subtieler niveau. Het denken en handelen van de mens wordt daar vanuit gevoed, en dat subtiele niveau wordt ook weer gevoed door de mens. Een cultuur is daardoor meer dan een toevallige afspraak tussen mensen. Hij hangt als een onzichtbare maar daarom niet minder reële wolk om ons heen, en heeft een natuurlijke neiging tot zelfbestendiging en traagheid.

Het socialiseringsproces van ordenen en vorm geven, van afstemming en harmonie zoeken, heeft zich in de westerse wereld tot voor kort (40 - 50 jaar terug) voltrokken volgens vrij vaste lijnen en patronen. Er was in alle geledingen van de samenleving sprake van een hiërarchie. Normen en waarden werden doorgegeven, vaak opgelegd, van bovenaf de piramide van maatschappelijk en religieus aanzien. Het belang van het collectief stond daarbij doorgaans voorop; het individu werd geacht zich aan te passen aan dat belang. De afgelopen decennia heeft zich echter een proces van individualisering voltrokken, waardoor sociale en morele vanzelfspekendheden en zekerheden goeddeels verdwenen zijn. Onze cultuur is flexibeler en vager geworden; patronen zijn doorbroken. Het collectief heeft aanzienlijk minder greep en invloed op het individu dan vroeger. De geest van vrijheid is uit de fles en hij gaat er voorlopig niet in terug.

Een belangrijke factor in dit emancipatieproces was de wetenschap. Waren de nieuwe inzichten in de aard van de wereld aanvankelijk nog te groot om concreet ervaren te worden ('de aarde draait om de zon'); toen machines, geneesmiddelen en energiebeheersing de kracht en waarde van de wetenschap zichtbaar maakten, vielen religieuze verkondigers die zich stellige uitspraken over materie hadden veroorloofd en vooruitgang hadden tegengewerkt, door de mand. Het twijfelen aan het werkelijke gezag van autoriteiten was, toen het eenmaal begon, niet meer te stoppen. "Omdat ik - ouder, minister, dominee, paus, leerkracht, agent- het zeg" is een argument dat al lang alle overtuiging verloren heeft.

De idee dat de werkelijkheid uit materie bestaat, d.w.z. dat de wereld meetbaar en dus beheersbaar is, ging de afgelopen eeuwen het denken steeds meer bepalen. Dit mechanistische wereldbeeld beloofde veel: alles zou, dankzij de wetenschap, begrepen en eindelijk eens goed geregeld gaan worden. Inmiddels is het idee achterhaald. Al een eeuw geleden in de wetenschap zelf, en recenter in een groeiend deel van de publieke opinie. Men ziet dat een eenzijdig materialistische manier van denken eerder veroorzaker van globale problemen is dan een deel van de oplossing. De combinatie rede-vrije markt heeft op veel fronten enorme vooruitgang gebracht, maar blijkt niet in staat om van ervaring te leren. De cijfermatige benadering van econoom, laborant en landmeter, heeft zijn functie op deelgebieden, maar is niet in staat om de subtiele samenhang in de natuur op waarde te schatten. Het ontbreekt de rationalist dan ook aan de creativiteit en wijsheid om ons naar kwalitatief hogere niveaus van menselijkheid te leiden.

Als dat ergens duidelijk zichtbaar is geworden dan is het wel in de landbouw. Productieverhogende chemicaliën en technieken beloofden op papier steeds hogere opbrengsten. De voordelen blijken in de praktijk echter teniet te worden gedaan. Het verlies van het contact met de natuur veroorzaakt dusdanige problemen voor milieu, mens en dier, dat de weerstand tegen wat nu nog ‘gangbare landbouw en veeteelt’ wordt genoemd, tot grote hoogte gestegen is.

Bovengenoemde ontwikkelingen versterkten elkaar:

  • De verworven individuele vrijheid biedt de mogelijkheid om te kiezen voor persoonlijk korte-termijn belang als leidraad bij het denken en handelen.
  • Een mechanistisch wereldbeeld verleent die keuze een zekere filosofische legitimiteit.

De oude kaders waarbinnen correctie van anti-sociaal gedrag plaatsvond, zijn goeddeels verdwenen.

Vandaar de enorme druk op een kader dat nog wel functioneert: het juridische. Echter, wie verwacht dat wetten ons naar een betere wereld zullen leiden, draait de zaak om. Hoe kunnen wetten beter zijn dan wij zelf?

Het moge inmiddels duidelijk zijn dat onvrede, geweld en vervreemding geen geïsoleerde fenomenen zijn. De kloof tussen arm en rijk en de dreiging van ernstige klimaatverandering zijn geen technische problemen. De wortels ervan liggen in onze beperkte blik, die niet ziet dat de combinatie van gerichtheid op eigenbelang en denken in termen van materie, onvermijdelijk leidt tot het tegendeel van waar we werkelijk naar verlangen. Wie nog maar één maatstaf heeft, wetenschappelijke objectiviteit, raakt steeds verder verwijderd van het besef een unieke en onvervangbare verantwoordelijkheid te hebben. En wie geen ander doel ziet dan permanent amusement, vervreemdt van zichzelf en de omgeving.

Oplossingen liggen dan ook op het vlak van het bewustzijn en dienen we te zoeken in, en met, creativiteit die wortelt in harmonie met de bron. Grote voorbeelden zijn daarbij de natuur zelf, en alle mensen die in staat waren of zijn om vanuit genoemde harmonie te leven. Kennis van de natuurwetten; ervaring met leven en werken op basis van die wetten; een ethiek die gebaseerd is op de ervaring van de gehele mensheid: dit zijn de fundamenten waarop een werkelijk vreedzame, duurzaam welvarende samenleving gebouwd kan worden.

Dit zoeken naar een nieuwe verhouding tussen individu en samenleving, naar universele normen en waarden die in de mens zelf ervaren worden i.p.v. opgelegd van bovenaf, is noodzakelijk en urgent. Een verder uiteenvallen van de mensheid in miljarden eilandjes - waarop ieder een eigen waarheid zit te hebben, eigen criteria hanteert, eigen doelen nastreeft met eigen methoden - zou leiden tot (nog meer) uitbarstingen van geweld. Zowel van mensen onderling als van uit balans geraakte natuurkrachten. Eerder genoemde waanzin blijkt uit de vaststelling dat volgens een puur materialistisch wereldbeeld zo'n planeet vol chaos en menselijk lijden niet beter of slechter zou zijn dan wat de aarde in potentie is: een plek waar mensen in vrede, gezondheid en welvaart samenleven. Waar ruimte voor ieders unieke talenten en verlangens is, en tegelijk het respecteren van boven-individuele, universele waarden vanzelfsprekend.

Lees verder "Wat we ons afvragen"...