Vrijwel niemand wil terug naar een samenleving waarin normen en waarden van bovenaf worden opgelegd. Tegelijk dreigt een verder gaande individualisering de sociale samenhang zozeer uit te hollen dat vervreemding en geweld, en daardoor een verjuridisering van menselijke relaties, onvermijdelijk zijn. De vraag "Hoe vinden we een nieuwe balans tussen individuele vrijheid en sociale verantwoordelijkheid?" is dus een zeer urgente.

Op puur individueel niveau speelt ook zo'n grote en urgente vraag. Nu we de vaste sociale kaders kwijt zijn en geen vanzelfsprekende morele codes ons nog richting geven; gaan we nu zoeken naar nieuwe, betere, waarachtigere kaders en codes? Of ontwikkelt zich na de fysieke mobiliteit een geestelijke mobiliteit? Kunnen we (leren) leven in en met lossere verbanden en tijdelijke inspiratiebronnen? Zou dat een stap vooruit zijn in de richting van persoonlijke volwassenheid en verantwoordelijkheid, of zou op den duur blijken dat deze mobiliteit tot vervlakking leidt?

De zegeningen en de beperkingen van een materialistsich-wetenschappelijke benadering van onszelf en de wereld, zijn hierboven genoemd. Niet genoemd is dat deze dualiteit ook voor een meer empirische, intuïtieve benadering van de werkelijkheid geldt. Zegeningen daarvan zien we wanneer intuïtie gecombineerd wordt met kennis en wijsheid. De beperkingen blijken wanneer mensen zonder wortels in de aarde hun beelden en gevoelens achterna rennen (ze komen niet ver). En wanneer zelfverklaarde zieners en profeten oproepen tot geloof in symbolen en het volgen van andermans inzichten, zijn de gevolgen vaak rampzalig.

De vraag is dus: "Hoe kunnen wij, zonder de waarde van traditionele wetenschap uit het oog te verliezen, menselijke ervaring, intuïtie en wijsheid een belangrijkere plek geven in besluitvormingsprocessen en maatschappelijk relevant onderzoek?"

Hiermee samenhangend betreft de volgende vraag de politiek. Ondanks de veelbesproken kloof tussen burgers en bestuurders, genieten we in onze Westerse democratieën een historisch ongekende mate van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Het systeem dreigt echter steeds meer tot een vorm van 'U vraagt en wij draaien' te vervlakken. Omdat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat de meerderheid zich doorgaans tot de meest verheven en succesvolle visie aangetrokken zal voelen, zal deze vervlakking leiden tot een samenleving waarin belangroepen continu tegenover elkaar staan en d.m.v. uitruil hun eigen voordeel trachten binnen te halen. Lange-termijn visie, wijsheid en mededogen verdwijnen in dat proces uit het zicht. Zoals het ooit werd verwoord: Als iedereen voor zichzelf zorgt, wie zorgt en dan voor ons allemaal?

In de afgelopen decennia is met nieuwe vormen van besturen en samenwerken veel ervaring opgedaan in duizenden woongroepen, ecologische en spirituele gemeenschappen, ideële organisaties en projecten. Het blijkt mogelijk om zonder waardeoordeel menselijke kwaliteiten te onderkennen en, door vertrouwen te stellen in deze kwaliteiten en in het oog houdend hoe onderdelen passen in een geheel, mensen zeggenschap te laten hebben over hun eigen activiteiten. Wanneer daarbij leiding geven gezien wordt als een vorm van dienstbaarheid i.p.v. machtsuitoefening, verdwijnt de weerstand tegen bestuurders die een visie vasthouden en tot realisering trachten te brengen. Samenwerken, waarvan leiding geven en aanvaarden onderdeel zijn, is idealiter een organisch proces waarin ieder de plaats inneemt die past bij de eigen ontwikkeling op dat moment.

Een vraag die het EM in dit kader stelt is dan ook: "Hoe kunnen we, zonder angst voor mensen met leiderschapskwaliteiten en zonder te vervallen tot een 'follow the leader' systeem, onze democratie een kwaliteitsimpuls geven?"

Het woord 'kunst' heeft, ondanks alle pogingen om er iets aan te doen, nog steeds een enigszins elitair karakter. Mogelijk heeft dat niet alleen te maken met voldoende geld over hebben om zich kunstgenot te kunnen permitteren, maar ook met het op zichzelf staande karakter van kunst. Het is of - of. We gaan naar ons werk, of naar een concert, of naar de kerk, of naar een feestje, of de natuur in. Zo blijft kunst iets extra's; een plezierige ervaring die niet noodzakelijk is voor het dagelijks leven. Het kost bovendien geld en levert economisch gezien alleen de maker iets op.

Het EM wil de vraag stellen of het niet anders kan (en meent dat het antwoord 'ja' is). Kan creativiteit een vanzelfsprekend en noodzakelijk geacht onderdeel van ons dagelijks leven zijn? Hoe kan kunst de scheidslijnen tussen natuur, werk, spiritualiteit en cultuur doen vervagen en bijdragen aan een permanent inspirerend en geïnspireerd dagelijks leven?

Lees verder "Hoe we tot antwoorden komen"...