In de afgelopen tien jaar voltrok zich in Duitsland een duurzaam Wirtschaftswunder: er ontstond een duurzame miljardenindustrie en bijna twintig procent van de Duitse elektriciteit komt nu van windturbines, zonnepanelen en andere duurzame bronnen. Bovendien werden windturbines en zonnepanelen, dankzij de grote productievolumes, ieder jaar goedkoper.
Dit kreeg de Duitse regering voor elkaar door een even eenvoudige als doeltreffende maatregel: sinds 2000 krijgt iedere Duitser, die een zonnepaneel of een windmolen plaatst, subsidie voor de elektriciteit die hij aan het net levert. Terwijl de meeste andere Europese landen in de afgelopen jaren een vergelijkbare regeling optuigden, koos de Nederlandse regering voor een behoudendere subsidieregeling: de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE). De SDE , in 2008 ingevoerd door Minister van Economische Zaken Maria van der Hoeven, werd vorige week door dezelfde minister afgeserveerd in een ingezonden brief in de Volkskrant. Het is nu tijd om de succesvolle Duitse regeling, net als vele andere EU-landen, één op één te kopiëren.
Wat houdt Nederland eigenlijk tegen?
Een veelgehoord tegenargument is dat de zon te weinig zou schijnen in Nederland. Dit berust op twee misverstanden: een zonnepaneel werkt alleen onder een onbewolkte hemel en er is te weinig zonlicht. Echter, een rekenmachine met zonnecellen hoeft u niet in de felle zon te leggen om hem te gebruiken. Bij benutting van daken, geluidsschermen en andere infrastructuur kan het Nederlandse elektriciteitsverbruik volledig worden gedekt met zonnepanelen, zonder weilanden vol te zetten. De grootste uitdaging is nu om die zonne-energie goedkoper dan gas of kolen om te zetten in elektriciteit.
Dit omslagpunt komt ook in Nederland steeds dichterbij. Binnen tien jaar is het goedkoper om de elektriciteit uit een zonnepaneel van een Nederlandse dak te gebruiken dan uit een stopcontact, ook wel grid parity genoemd. In Zuid-Italië, waar de zon vaker schijnt en de elektriciteit duurder is, is dit punt al binnen 2 jaar bereikt.
Een tweede tegenargument, ook door Van der Hoeven van stal gehaald, is dat subsidies bedrijven lui maken. Wie subsidie krijgt, zou niet innoveren. Hiervoor heeft Duitsland een eenvoudige oplossing: de subsidies worden ieder jaar lager. De Duitse zonnepanelenindustrie, die ieder jaar meer cellen tegen lagere kosten produceert, is moeilijk lui te noemen. De traditionele energiebedrijven, die niet hoeven te betalen voor de vervuiling in de vorm van CO2 en andere schadelijke gassen die uit de schoorstenen van hun kolencentrales komen, zijn eerder van luiheid te betichten: te lui om hun eigen rotzooi op te ruimen.
Een laatste argument tegen subsidies is dat ze miljarden kosten en dat Nederland nu juist moet bezuinigen. De Duitse regeling drukt echter niet op de overheidsbegroting, maar wordt doorberekend in de elektriciteitsrekening. Betalen de Duitsers zich dan blauw aan de groene ambities van hun regering? In tegendeel, want wanneer we de elektriciteitsrekeningen van een gemiddeld Duits gezin in 2000 en 2009 naast elkaar leggen, dan blijkt het volgende: de rekening steeg met dertig euro ten gevolge van de groene energieheffing. In dezelfde periode steeg de elektriciteitsrekening met driehonderd euro ten gevolge van de stijging van de prijs van fossiele brandstoffen en belastingen. De schaarser wordende fossiele brandstoffen zorgden dus voor een tien keer zo grote prijsstijging.
Massaproductie
Natuurlijk gaan er zo via de elektriciteitsrekeningen miljarden naar de zonne-energie-industrie, maar dit is een investering, die direct vele banen oplevert en in de toekomst vele malen meer geld gaat opleveren. Dit is dan ook het sterkste argument om ook in Nederland een dergelijke regeling in te voeren.
Zonnepanelen hebben nog slechts enkele jaren subsidie nodig. Net als alle apparaten die met massaproductie wordt gemaakt, worden zonnepanelen namelijk steeds goedkoper. De eerste CD-speler kostte 5.000 euro. Vandaag koop je een CD-speler voor een paar tientjes. En zo zal het over enkele jaren goedkoper zijn om zelf zonnestroom op je dak te produceren dan elektriciteit van het energiebedrijf te kopen. Vanaf dat moment gaat de zonne-energie markt, zonder subsidie, exploderen.
Nederlandse ondernemers moeten klaar zijn voor die miljarden markt. Hiermee kom ik op belangrijkste argument voor een subsidie naar Duits model is: het creëert een thuismarkt en stimuleert daarmee innovatie, ondernemerschap en creëert banen. Een groeiende thuismarkt geeft ondernemers de kans om een goede concurrentiepositie op te bouwen om op de wereldmarkt te concurreren. Een groeiende thuismarkt is een cruciale voedingsbodem voor internationaal ondernemerschap. Gerard Philips begon in 1891 immer ook geen gloeilampenfabriek voor de buitenlandse markt. Albert Heijn opende zijn eerste filiaal ook niet in de Verenigde Staten.
Jonge ondernemers staan te trappelen om de markt voor zonne-energie in te stappen, bijvoorbeeld als ontwerper van architectonisch verantwoorde zonnepanelen, als efficiënte installateur of als slimme financier. Deze ondernemers hebben nu nog slechts een paar jaar steun in de rug nodig, net als hun concurrenten in bijna alle Europese landen krijgen.
Ten slotte heeft de Nederlandse regering het doel gesteld om in 2020 twintig procent van onze volledige energievoorziening – de optelsom van elektriciteit, gas en benzine en alle andere bronnen – duurzaam op te wekken. Op dit moment is dit drie procent. De subsidieregeling levert de broodnodige impuls om deze twintig procent te halen. Zonder (tijdelijke) subsidies gaat dit niet lukken.
De markt voor zonne-energie wordt ook zonder Nederlandse subsidies een miljardenmarkt. In 2009 ging er 25 miljard euro in om en volgens experts groeit de markt naar ruim 50 miljard euro in 2015. Als er de komende jaren geen bloeiende zonne-energie ondernemingen ontstaan (Duitsland heeft er 15.000) komen straks, wanneer zonne-energie zonder subsidie kan, Duitse en Belgische bedrijven Chinese zonnepanelen op onze daken installeren. Mocht over tien jaar misschien de Sahara vol worden gezet, dan worden Nederlandse ondernemers niet gevraagd, omdat ze niet voldoende ervaring en omvang hebben.
De vraag waar het kabinet Balkenende V of Cohen I deze zomer voor staat is: laat het Nederlandse bedrijven meedoen of niet? Heel Europa subsidieert naar Duits model. In heel Europa bloeien ondernemingen in zonne-energie. De vraag aan Nederland is: Are you in or out?
Edwin Koot, ceo Solarplaza, is internationaal zonne-energie expert.
Deze column is met toestemming overgenomen van http://www.duurzaamnieuws.nl/bericht.rxml?id=57127
Reacties
Bij dit onderwerp is nu één reactie geplaatst.
Heb je vragen, opmerkingen of toevoegingen?
Je reactie is welkom!
Je kunt je ook inloggen of registreren, maar dat is niet verplicht om te kunnen reageren.





de ZON is de bron!
zwaar onderschat..
tegenwoordig worden mensen zelfs bang gemaakt voor de zon, terwijl ook direct zonlicht ontzettend gezond is, mits oordeelkundig toegepast. Als je de hele dag in een kantoor zit dan kun je zeker niet ineens de felle zon in.
De vooruitgang in zon-technologie is natuurluk ook een resultante van de hoeveelheid die erin wordt geinvesteerd!
Nieuwe reactie inzenden