Rotterdam associeer je eerder met de tweede Maasvlakte dan met groene projecten. Maar de plaatselijke ‘Geen woorden maar daden’ mentaliteit bracht wel een uniek project voort, dat inmiddels zijn 10-jarig bestaan heeft gevierd. Elin Kroon toog naar de Groene Passage en vroeg Frans Saat naar het succes en de bottlenecks van zijn Gimsel natuurvoedingswinkel.
Waarom moeten we biologisch eten?
Het is niet zo dat ik vind dat iedereen biologisch moet eten. Maar ik vind het belangrijk dat mensen kunnen ontdekken dat er een andere kwaliteit van voeding is. Omdat een goede kwaliteit van voeding, en dan met name de biologische en biologisch-dynamische voeding, een bijdrage kan leveren aan zowel een gezonde leefstijl als een gezonder milieu. Dat is een proces waarin mensen op een gegeven ogenblik hun eigen stappen kunnen maken.
Vindt u dat de overheid de mensen daar genoeg in stimuleert?
Je ziet nu een ontwikkeling dat er wel een steeds groeiende vraag is naar bio- en biodynamisch, maar dat in de aanvoer en het telen van die producten een groot gat ontstaat. Dat is niet goed voor de marktontwikkeling, dus daar zou de overheid wel een rol in kunnen vervullen. Boeren en tuinders stimuleren om meer bio te gaan telen. Dat gebeurt gelukkig voor een deel al met gesubsidieerde projecten van de Task Force Biologische Landbouw en Biologica.
Daarnaast denk ik dat de overheid een bepaalde voorbeeldfunctie heeft. Ik bedoel, zolang de overheid eigenlijk te weinig consequent om gaat met gezonde voeding, een gezond leefklimaat, zolang ze daar zelf niet een wat meer coherent beleid in voert, wekt dat verwarring. Op het moment dat je zegt: ‘Mensen, jullie zouden meer bio moeten eten want dat is gezonder voor het milieu,’
maar tegelijkertijd een plan ontwikkelt om op een tweede Maasvlakte kolencentrales neer te gaan zetten, snapt een burger niet meer hoe dat beleid in elkaar zit.
In Frankrijk heeft de minister van landbouw aangekondigd de komende 5 jaar de biologische landbouw te gaan verdubbelen. Is zoiets in Nederland niet aan de orde?
Nee. Ik hoorde toevallig gisteren op de radio de minister van landbouw iets zeggen als: ‘We moeten zowel de teelt van bioproducten als de verkoop stimuleren.’
Maar ze gaf ook aan dat het de resterende jaren niet haalbaar is om die productie in 2010 op 10% biologische landbouw te krijgen, zoals bij de instelling van de Task Force zes jaar geleden de bedoeling was. Daarmee geeft iemand een brevet van onvermogen af. Op het moment dat je al gaat zeggen dat het niet haalbaar is, dan werken dingen dus ook niet. Je moet juist wel een aantal doelstellingen neerzetten, of zelfs subsidies erop los laten, om te zorgen dat mensen de gelegenheid krijgen om op een andere manier met die landbouw om te gaan. Alsmaar die industriële landbouw blijven stimuleren met discussies over varkensflats en kippenflats; de glastuinbouw blijven stimuleren en accepteren dat daar industriële ontwikkelingen plaats vinden, en dat ook nog ondersteunen met allerlei verkapte subsidies...
U verwijt de overheid een slappe opstelling?
Nou, men is niet consequent, laat ik het zo zeggen.
Er is veel aandacht voor milieu, duurzaamheid en gezondheid. Toch eet in Nederland nog steeds maar een klein percentage biologisch. De prijs is daarbij een belangrijke factor.
In de politiek en de voedselindustrie gaat de aandacht nog te veel uit naar het commercieel belang
Waarom zijn de producten zo’n stuk duurder dan de niet-biologische?
Dat heeft vooral te maken met die aanvoer. Grondstoffen als tarwe, maïs en aardappelen worden steeds duurder. De aanvoer is beperkt en kleinschalig en het lijkt op dit moment alleen maar minder te worden. Ik zie in de toekomst alle voedingsmiddelen, biologisch of niet, alleen maar duurder worden. Er worden bijvoorbeeld subsidies toegewezen aan biodiesel, daar gaat ook veel landbouwgrond aan verloren.
Daarnaast is het voor boeren vooralsnog niet aantrekkelijk om binnen de huidige wetgeving en subsidiëring biologisch te gaan telen. Het levert zeker de eerste jaren te weinig op voor de boeren zelf. In de politiek en de voedselindustrie gaat de aandacht nog te veel uit naar het commercieel belang van massaproductie en te weinig naar duurzame biologische landbouw.
Vorig jaar is deze winkel verkozen tot beste natuurvoedingswinkel van Nederland. Welke factoren droegen daaraan bij?
Het uitgebreide assortiment, waar iedere consument wat in kan vinden, zowel los in bulk als verpakt. En versheid. We zijn de afgelopen jaren erg gewaardeerd om ons groenten- en fruit assortiment.
De grootte van de winkel speelt een rol. En natuurlijk de combinatie met de andere winkels er om heen. De Groene Passage is nog steeds een uniek concept in Nederland.
Dus het synergieconcept werkt?
Jazeker. Een aantal winkels die vanuit hetzelfde thema werken en kiezen voor een bepaalde kwaliteit van leven en voeding, die bieden de consument meer redenen om hierheen te komen. Het kan zijn dat iemand naar de Passage komt voor een goed boek of voor een yogales en dan van daaruit besluit om toch eens een groentepakket mee te nemen. Of andersom.
Is het nog vooral de blanke middenklasse die hier komt?
Ik heb het gevoel dat wij aardige ‘doorsnee’ klanten krijgen. We merken dat ook mensen die wat minder geld te besteden hebben zich er niet van laten weerhouden om hier boodschappen te doen. Men ziet wel in dat als je een brood bij een gewone supermarkt koopt, je het dubbele aantal boterhammen moet eten om een verzadigd gevoel te krijgen. Dan ben je per saldo niet echt goedkoper uit. Ook komen uit alle lagen van de bevolking mensen hier die met dieetvoorschriften te maken hebben, bijvoorbeeld door allergie. Als het om je gezondheid gaat dan is dubbeltjes besparen niet je hoogste prioriteit.
Nieuwe reactie inzenden