Ik had het eens flink te pakken en stond voor een muur. Liefdesverdriet. Ik kon zelfs niet meer werken.
Wanneer stond ik voor het eerst voor een muur? vraag je je dan af. Het moet langer dan een halve eeuw geleden zijn geweest.
Ik was negen. Het was kort nadat ik in de klas had zitten dromen dat het meisje dat zó’n mooie blonde paardenstaart had dat ik geen woord tegen haar durfde te zeggen, uit het raam viel. Ik sprong haar achterna en kwam eerder op de grond dan zij. Waarna ze veilig in mijn armen kon landen.
"Hé jongens, het is te warm voor kleren. Waarom trekken we ze niet uit?"
Nu voetbalden we op het wilgenweitje achter de school. Het was een snikhete dag, dus ik riep: "Hé jongens, het is te warm voor kleren. Waarom trekken we ze niet uit?"
Een jongen smaalde dat ik dat toch niet zou durven.
Ik was dapper: "We bedekken onze neus toch ook niet?"
Hij wedde om een dubbeltje dat ik niet in mijn nakie een rondje over het weitje zou durven rennen. Natuurlijk kleedde ik mij bliksemsnel uit, streakte langs alle zonovergoten hoeken van ons voetbalveldje en streek het dubbeltje op, uit zijn zweterige hand. Alle ogen keken mij bewonderend aan..
Een paar dagen later zaten wij in de bus. Zingend keerden wij terug van het schoolreisje naar onze Montessorischool aan de voet van de Haagse duinen. Daar, voor de schooltuintjes, stonden de moeders zwaaiklaar.
Slechts één moeder zwaaide niet. Toen ik uitstapte keek ze mij grimmig aan. Ze gebood mij onmiddellijk mee te komen. Stil liepen wij naar huis. Een hand kreeg ik niet. We liepen langs de slootkant, door de wildernis en het puin van de tankgracht. Tussen ons en de sloot groeiden wilgen.
Een jongen uit mijn klas fietste langs en groette, maar ik voelde dat ik niet mocht teruggroeten.
"Dat is een normale jongen,"
zei mijn moeder.
Wie was deze vrouw? Die ineens zo anders was dan de stralende, warme moeder die er altijd voor mij geweest was?
Waarom werd ik gestraft? Waarvoor
Hoe kon ik vluchten?
Ik wist het. Ik zou een hut tussen de wilgen bouwen en daar, langs de slootkant, de rest van mijn leven gaan wonen. Mijn ogen zochten al naar geschikte takken. De ingang zou ik aan de waterkant maken. Ik zou er veilig zijn en later zou het meisje met de blonde paardenstaart me er komen opzoeken. Om bij me te wonen.
We kwamen thuis en ik moest naar mijn kamer. Waarom werd ik gestraft? Waarvoor?
Mijn moeder zei het me niet. Dagenlang sprak ze niet met me en ook mijn vader zei maar weinig. Het was, volgens haar, te erg om over te spreken.
Weken later vond ik uit, dankzij een vriendje, dat er idiote verhalen over mij de ronde waren gaan doen. Het vriendje had zijn moeder aan de telefoon tegen mijn moeder horen zeggen dat zij van een andere moeder gehoord had dat ik voor een kwartje aan mijn piemel liet trekken. Ik verbaasde mij alleen maar over het verhaal
In de drie dagen die ik tussen de muren van mijn kamertje moest doorbrengen, begreep ik alleen dat ik plotseling geen moeder meer had en dat ik mij zelf redden moest. Ik fantaseerde dat ik ‘s ochtends vroeg het huis uit sloop om langs de slootkant een hut van wilgentakken te bouwen. Toen kwam het meisje met de paardenstaart en vroeg: “Zullen wij samen in deze mooie hut gaan wonen?”
Dat deden wij. Een zoet gevoel beet in mijn borst. Het hielp me de moeilijke dagen door te komen.

Zoveel jaren later, aan het eind van een pijnlijke nacht vol liefdesverdriet, schoot mij deze droom te binnen. Ik zag de zilvergroene wilgenbladeren van onze hut schitteren in de zon. Het bood troost en inspiratie.
Ik stond op en liep naar de winkel om de hoek. Daar zocht ik een vloerbedekking in datzelfde groen, de kleur van wilgenhut.
Toen het in mijn gang lag, herkende ik dat zoete gevoel van weleer. En ik kon weer werken. Deze les zou ik onthouden: reddende dromen activeren!
www.liefdesverdriet.info
Hallo Roel,
je verhaal raakt me en herinnert me aan hetzelfde gevoel dat ik heb gehad in mijn jeugd. Dit was ik vergeten.
Ik droomde ook ervan om in mijn eigen hut ergens in de weilanden te wonen, in de natuur, los van mijn ouders.
haha, nu heb ik nog de droom om zo te wonen, maar inmiddels wel in een fijn huis;-)
Een gedeelte van de droom heb ik verwezenlijkt, ik woon aan de weilanden. De rest komt zeker ook nog!
Dank je wel voor je verhaal, het heeft me geraakt.
Hartelijke groeten,
Lucy
Nieuwe reactie inzenden