De beste school van Nederland

Ook in deze tijd, waarin zo'n beetje alles wordt bekeken vanuit het economisch perspectief, zijn er scholen die koppig volhouden dat onderwijs dient te gaan om de ontwikkeling van het kind. Een school die dat met succes doet is de Stichtse Vrije School in Zeist. Kurt van Es ging er kijken. 

Waarnemen is heel belangrijk

Buiten is het nog donker wanneer de eerste docenten de lerarenkamer op de eerste verdieping binnendruppelen. Bob Siepman van den Berg (59) is één van hen. Enthousiast stapt hij naar binnen, loopt naar het raam, tuurt de duisternis in en gebaart naar boven om aan te geven wat hem net buiten zo was opgevallen: “Saturnus en Venus zijn heel goed te zien.” Hij haalt een sterrenkijker te voorschijn om het beeld nog scherper te krijgen. Collega’s kijken even mee. Dan snelt hij weer naar het schoolplein buiten, want daar is het zicht toch beter en hij wil zich deze kans niet laten ontnemen. En passant wijst hij ook leerlingen die op weg zijn naar de ingang op de bijzondere tekens daar hoog aan de hemel. “De meeste lessen in sterrenkunde zijn overdag en het komt maar weinig voor dat je dan ook planetenSaturnus.jpg kunt zien. Nu dus nog net even wel.”
Het is niet alleen het enthousiasme dat opvalt, maar ook de diepere betekenis die Bob aan de sterren verbindt. De verslaggever die een dagje mag meelopen in Zeist krijgt een uitvoerige uitleg: over de prachtige vorm – een vijfster – die je ontdekt wanneer je de vijf plaatsen verbindt waar Venus in de dierenriem in een periode van acht jaar lussen maakt, en hoe Saturnus met een veel trager tempo in zijn baan als een oude man steeds bezig lijkt om zijn evenwicht te bewaren. “Waarnemen is heel belangrijk. In mijn lessen sterrenkunde leer ik mijn leerlingen te vertrouwen op hun eigen waarnemingen.”
De beelden die hij beschrijft staan ook symbool voor de betekenis die de astrologie geeft aan Venus (schoonheid en liefde) en aan Saturnus (concentratie, vorm en neiging tot perfectie), en ook dat is een bekend terrein voor Bob. “Het is niet zo dat we er bij het lesgeven echt mee werken, maar we halen er wel eens een horoscoop bij als we leerlingen uitgebreid bespreken, om te kijken of dat nog een extra licht werpt op iemand.”

Wat wil deze ziel ?

Al snel wordt duidelijk dat wat zich zo spontaan ontvouwt in de korte tijd voor het begin van de eerste lessen, geen toevallige oprisping is van een persoonlijke passie. De brede manier van kijken naar en met de sterren lijkt moeiteloos aan te sluiten bij een dagelijkse routine waarin de verbinding van de enkeling met een grotere, kosmische wereld centraal staat. Een gesprek rond de vraag ‘wat wil deze ziel?’ is onder de leerkrachten minstens zo normaal als de vraag, hoe de lesstof aan feiten en kennis het best kan worden overgedragen.
“In het onderwijs en ook elders in de maatschappij zie je vaak dat alles is gericht op resultaten. Maar een leerling kan veel meer dan leuke resultaten halen,” zegt rector Gijs Roeters van Lennep (51). “Dat stuk van naar de leerling kijken wordt te vaak weggedrukt.”
Niet op deze scholengemeenschap in Zeist. De ruim zeshonderd leerlingen lijken er wel bij te varen, want hun school werd in 2007 in het grote schoolonderzoek van dagblad Trouw uitgeroepen tot de beste van Nederland. En dat voor een school waar je niet kan blijven zitten. Hoe werkt dat?

Antroposofie

Nederland heeft bijna honderd zogeheten vrije scholen, waarvan dertien voor het voortgezet rudolf-steiner.jpgonderwijs. Deze scholen baseren zich op de antroposofie; één van de esoterische stromingen die zich in de tweede helft van de negentiende eeuw ontwikkelden en die de laatste decennia weer een opleving doormaken, ook in nieuwe en wat lossere vertakkingen die algemeen worden aangeduid met new age.
De antroposofie, ontwikkeld door Rudolf Steiner (1861-1925), gaat er vanuit dat de zichtbare wereld van alle dag deel uitmaakt van een grotere geestelijke wereld. De mens is met die wereld verbonden en komt in een stoffelijke vorm op aarde om daar ervaringen op te doen. Hij gaat daarin een eigen weg binnen een groter, evolutionair plan, dat zijn oorsprong en betekenis vindt in de geestelijke wereld. Dit uitgangspunt is ook te vinden bij andere stromingen, maar de antroposofie is een spirituele beweging die de theorie concreet en consequent vertaalt in handelen, in een soort handboek voor het leven: van gezondheidszorg tot dans, van architectuur tot rituelen, van therapie tot vormgeving, van speelgoed tot bezinning. En dus ook voor het onderwijs.
Met de aanduiding ‘vrij’ benadrukken de scholen dat ze de leerlingen willen opvoeden tot vrije mensen en dat ze niet gebonden willen zijn aan overheidsbemoeienis. Dat laatste staat in een strak georganiseerde samenleving als Nederland al snel op gespannen voet met centraal vastgestelde regels en voorschriften; zeker binnen de aanhoudende veranderingen in het onderwijs. netelenbos3.jpg
“Er is natuurlijk een spanningsveld,” zegt Gijs van Lennep. “We hebben een tijd lang nog de luxe van een relatieve vrijheid gekend, maar vooral onder staatssecretaris Netelenbos is daar veel van ongedaan gemaakt en moesten we steeds meer in hokjes passen.” Met allerhande projecten om die veranderingen hanteerbaar te maken binnen de eigen onderwijsopvatting, is het de school toch gelukt nog enigszins ‘vrij’ te zijn. “We hebben een duidelijk eigen visie en we hebben aangetoond dat die werkt. Niet alleen bij ons maar ook in het buitenland.”
 

Ontwikkelingsfasen

De onderwijsinspectie zou tevreden moeten zijn, want de resultaten vallen inderdaad op. De leerkrachten die je erover spreekt doen er wat relativerend over omdat overheid en onderzoekers steeds weer een andere meetlat hanteren bij het opmaken van de balans, maar ze zijn er toch ook trots op dat ze regelmatig hoog ‘scoren’. De eerste plaats in het onderzoek van Trouw is natuurlijk een hoogtepunt, maar geen uitschieter want het afgelopen jaar kwam de SVS bij de beste tien scholen terecht in een overzicht van weekblad Elsevier. En wie de eindexamenresultaten van de afgelopen jaren bij de vmbo, havo en vwo bij de Zeister vrije school bekijkt, ziet dat ze over het algemeen duidelijk beter zijn dan het landelijk gemiddelde.
Nota bene op een school waar het er naast het overdragen van het kennispakket vooral om gaat, de individuele leerling zoveel mogelijk te stimuleren op zijn eigen weg in dit leven, vanuit zijn eigen kwaliteiten. “Het leerplan is gericht op de ontwikkelingsfasen van het kind,” meldt het schoolbulletin Stichter Berichter van 2 december 2007. “Net zoals knikkeren in de bovenbouw voorbij is, zo zijn er ook andere specifiek leeftijdgebonden leermomenten voorbij. Iemand die op zijn dertigste voor het eerst een sprookje hoort of leest, zal de beleving van columbus.jpgde zesjarige missen. En die beleving op een bepaalde leeftijd is van alle tijden. Daarom blijft de school in de zevende klas ontdekkingsreizen aanbieden, omdat de leerling op die leeftijd om zich heen gaat kijken en de wereld ontdekt.” Derhalve krijgen de leerlingen in deze klas alles voorgeschoteld over Columbus, de Féniciërs, die voor het eerst de Middellandse Zee verkenden en over allerhande andere zaken die met ‘ontdekken’ te maken hebben.
De schoolgids zegt over deze aanpak: “In elke ontwikkelingsfase van het kind worden nieuwe belangstellingsgebieden bij het kind aangesproken. Het is de taak van het onderwijs hierop aan te sluiten.” De gids noemt een voorbeeld uit de elfde klas: “In die klas wordt het atoommodel uitvoerig behandeld. In het reguliere onderwijs is dat vaak al in de brugklas het geval. Dat bij ons dit onderwerp in de elfde klas wordt behandeld, is een bewuste keuze. Een werkelijk inzicht in het hanteren van een niet waarneembaar en dus abstract onderwerp, kun je pas vanaf klas elf verwachten als het abstractievermogen goed ontwikkeld is. Het trucje om er mee te kunnen werken kan je wel eerder leren, maar in combinatie met een vermogen tot werkelijk inzicht kan je veel meer bereiken en is het onderwerp voor de ontwikkeling van de leerling ook zinvol.”

'Ik heb het er graag voor over.' 

Elke klas heeft zijn zo eigen jaarthema dat als een rode draad door de leerstof heenloopt en dat aansluit bij de ontwikkeling die de scholier in dat jaar doormaakt. Zitten blijven past daar niet in: zijn ontwikkeling als mens gaat immers verder. Wat hij niet kan bijbenen in de concrete lesstof, kan met extra aandacht en extra lessen worden bijgespijkerd, maar in de brede groei zou ‘een jaartje overdoen’ betekenen dat je nergens meer goed aansluit bij je eigen ontwikkelingsfase. Dat althans is de filosofie op de SVS. Natuurlijk is er de noodzaak om ook steeds te toetsen hoe het staat met de feitelijke kennisoverdracht, om uiteindelijk te voldoen aan de examennormen daarvoor in de buitenwereld. De leerlingen ontkomen ook hier niet aan overhoringen en proefwerken, maar de antroposofische kijk op de binnenwereld van de leerling is en blijft de leidraad.
Menig leerkracht op de SVS ziet zichzelf overigens niet als antroposoof en onder de ouders geldt dat zelfs voor zo’n drie op de vier. Maar allemaal, zo blijkt in de praktijk, voelen ze zich wel sterk aangetrokken tot deze onderwijsmethode. “Het is in de praktijk natuurlijk ook een beetje een eliteschool,” klinkt het bij een gesprek in deintellectuals.jpg lerarenkamer. “De kinderen krijgen hier een grote algemene vorming mee, en dat sluit ook aan bij de opvatting van intellectuele huishoudens in de maatschappelijke bovenklasse.” Die kunnen zich ook makkelijker de prijs veroorloven die zij en hun kinderen er wel voor moeten betalen: het kost meer tijd. Leerlingen kunnen dan wel niet blijven zitten, ze doen door de brede aanpak over de twaalf jaar school vanaf hun zesde doorgaans wel een jaar langer. “Dat heb ik er graag voor over,” zegt een moeder van één van de leerlingen, die ik later tegenkom. “Ze leren er zoveel meer en worden zo gestimuleerd in hun creativiteit, dat vinden wij heel belangrijk.”

Extra verdieping

“Wij gaan inderdaad tegen de wens van de overheid in om leerlingen zo snel mogelijk met een diploma op straat te zetten,” zegt docent Jules Wehberg (28). “De grootste fout van de overheid is dat ze het onderwijs onderhevig maken aan economische principes. Terwijl het onderwijs niet de economie zou moeten dienen, maar juist andersom. De vrije school heeft niet als ideaal een diploma, maar de geestelijke en sociale rijping van de jonge mens, zodat we leerlingen het hele curriculum van de vrije school willen laten volgen. Dat is twaalf jaar school en twee jaar kleuterklas. Helaas is dat niet meer helemaal mogelijk, maar we halen er uit wat er in zit.”
Deze ochtend geeft hij les aan de klas waarvan hij mentor is: 8C. Op de SVS krijgen de leerlingen de eerste twee uur periode-onderwijs – de lessen staan dan een aantal weken in het teken van een specifiek vak – waarin het de bedoeling is vooral interesse op te wekken voor het onderwerp. De concrete vaklessen worden in de andere uren gegeven. “Het onderwijs doet niet alleen een beroep op het denken, maar spreekt ook het gevoel en de wil van des_handshake3.jpg leerling aan,” meldt de schoolgids. Alle 29 leerlingen, dertien en veertien jaar oud, krijgen van Jules een hand als ze binnenkomen voor hun eerste les. De begroeting is één van de vaste rituelen bij het begin van elke les op de SVS.
Ook op deze school krioelen de kinderen luidruchtig door de gangen en over de trappen en roepen ze, eenmaal in de klas, elkaar nog van alles toe over zaken die merendeels niets met de lesstof te maken hebben. Maar achter dit gedrag, dat nu eenmaal past bij hun leeftijd en het allesoverheersende grenzen verkennen, proef je als buitenstaander ook de extra verdieping in het contact met de leerkrachten. “Het onderlinge respect is heel belangrijk. Op een school als hier sta je er niet alleen als leraar maar ook als mens. Dat verlangen ze ook van je, ze willen weten wie je bent. Soms zeggen ze wel eens: ‘Meester, je bent chagrijnig.’ Ze spiegelen je. Dat is niet altijd makkelijk, maar vooral met mijn eigen klas lukt dat wel.”

De Wichtelkabouter

De kinderen zijn nog druk aan het praten als ook Jules zelf de klas in loopt. Achterin hangt niet alleen een wereldkaart, maar ook een ‘map of the sky’. Op het schoolbord voorin staat met krijt geschreven: ‘Hoi, hoi. Niels is 14 geworden zaterdag’. Niels glimlacht wat. Hij heeft zijn koeken om uit te delen al klaar liggen, maar hij en de anderen weten dat ze tot het eind van de les moeten wachten voor het trakteren kan beginnen. Een onverwachte traktatie vindt meester Jules niettemin als hij de la van zijn bureau opendoet. “Hé,ik heb een zakje chips gehad. Het Wichtelkaboutertje is langs geweest.”
Dat behoeft enige toelichting voor de buitenstaander. In de opvatting van de antroposofen wordt de wereld ookkabouter_15_kopie.jpg bevolkt door wezens die niet iedereen zomaar kan zien en die een eigen functie hebben in bijvoorbeeld het plantenrijk. De Wichtelkabouter is er één van en staat ook voor degenen die niet in kabouters geloven toch als metafoor voor een vriendelijk gebaar: iemand iets toestoppen om te laten zien dat er aan hem wordt gedacht. Vooral op vrije basisscholen is het Wichtelwezen in de drukke tijd voor kerst erg actief en die traditie is inmiddels ook bij de SVS binnengeslopen.
Welke Wichtel hem nu verrast heeft, weet Jules niet. Hij klapt een paar keer in zijn handen om de groep tot rust te brengen. Iedereen gaat dan uiteindelijk maar zitten, in groepjes van vier dit keer. “Goedemorgen allemaal.” “Goedemorgen Jules.” Dan staan de leerlingen op en volgt het tweede vaste ritueel bij het begin van de les: het opzeggen uit hun hoofd van een spreuk van Steiner.

Ik zie rond in de wereld

Het heeft iets weg van een gebed als Jules en de leerlingen samen declameren:

‘Ik zie rond in de wereld,
waarin de zon haar licht zendt,
waarin de sterren fonkelen,
waarin stenen rusten,
de planten levend groeien,
de dieren voelend leven,
waarin de mens bezield de geest een woning geeft.
Ik schouw diep in de ziel
die binnen in mij leeft.
De Godesgeest hij weeft
in zon- en zielenlicht
in wereldruimte buiten
in zielediepte binnen.
Tot u, O Godesgeest
wil ik mij vragend wenden
dat in mij kracht en zegen
voor leren en voor arbeid
tot wasdom mogen komen.’

Iedereen gaat weer zitten en de les kan beginnen. Jules geeft eerst wat rekensommetjes op. Hoeveel is 8 maal 99. Hier en daar wordt hardop gerekend, dan gaat een aantal vingers omhoog. Eén van de vingers heeft het fout, een ander weet het wel. “11 maal 98.” Zo gaat het nog een paar keer. Dan komen de schriften op tafel. Klas 8C gaat dit uur aan de slag met meetkunde. “Zet in het midden van de bladzijde een cirkel die iets groter is dan de helft van de bladzijde.” Hij tekent het voor op het bord. “Met een doorsnede van twaalf centimeter en een straal van zes.” Cirkel.jpg
Tassen worden omhoog gehesen, passers worden gepakt, tassen knallen weer op de grond en iedereen gaat aan het werk. Her en der wordt ondertussen nog gezellig gekeuveld. “Ssstttt,” zegt Jules een paar keer. “Nu gaan we vanaf het middelpunt een willekeurige straal zetten. Dan gaan we de cirkel, die totaal 360 graden is, in vijf gelijke delen verdelen.” De gesprekken in de diverse groepjes gaan nu gestaag over in overleg: hoe werkt dit? Dat is precies de bedoeling. “De Stichtse Vrij School vindt het sociale element in het onderwijs zeer belangrijk,” meldt de schoolgids. “Wij zien de klassen als sociale oefenplaatsen waarin leerlingen gemeenschapszin en verantwoordelijkheidsgevoel kunnen ervaren en trainen.” Leren samenwerken dus ook.
 

Zwart wit

Jules doet het ondertussen voor op het bord, waar een keurige cirkel verschijnt. Eén van de kinderen heeft de cirkel in zeven stukken verdeeld. Dat is niet de bedoeling. Weggummen, krijgt hij als advies. “Is het heel erg als ik het met delen van 75 graden doe?” vraagt een ander. “Ja, want dat klopt het niet.”
Op het bord is Jules al die tijd nog druk in de weer met lijnen en arceringen, en komt steeds duidelijker een kristalvorm tevoorschijn. Klaar. Hij kijkt de klas weer in. Daar zijn aan sommige tafels de gesprekken weer van onderwerp veranderd. In het ene groepje worden tussen het passen en meten door de favoriete wintersportbestemmingen uitgewisseld, twee blokjes verder gaat het over de moeder van een vriendinnetje, die overleden is. Ergens anders maakt een meisje dreadlocks in het haar van een klasgenootje en aaoude_mensen.jpgn weer een ander tafeltje ontspint zich een opvallend tweegesprek over dood en economie.
Wie niets meer inbrengt, kan eigenlijk net zo goed dood zijn, is de stelling van een meisje. “Bejaarden vertragen de economie, die kosten geld en doen niets,” zegt ze tegen de andere. Die is het daar volstrekt mee oneens en is aanvankelijk zelfs ontsteld over de boute bewering: “Ohhhhhh,” klinkt het gegeneerd, met een halve blik naar de verslaggever die vlakbij zijn plaats heeft ingenomen. Het eerste meisje gooit er nog een schep bovenop om haar opvatting over kosten en baten te onderstrepen: “Als wij maar Afrika blijven helpen, leren ze het toch ook nooit zelf.” Opnieuw een ‘ohhhhhh’. Beiden kijken nu naar mij. Ik opper voorzichtig de vraag hoe het voor haar zou zijn als ze onverhoopt een ongeluk zou krijgen en zelf ook niet meer productief zou kunnen zijn. “Nou ja, als er werkelijk mensen zouden zijn die echt van me houden, zou ik natuurlijk wel willen blijven leven, maar anders ook niet.”
Alle uitlatingen gaan gepaard met een stralende lach. Speelt hier op de achtergrond een klemmend persoonlijk probleem of is dit een normaal gesprek tussen dertien- en veertienjarigen?
De vraag moet even wachten tot Niels aan het eind van de les klaar is met het uitdelen van zijn koeken. Dan, als iedereen het lokaal weer heeft verlaten, legt Jules uit dat de zwart-wit-redenering kenmerkend is voor een achtste klas. “Het is een woelige leeftijd voor de kinderen, ze zijn heel erg bezig in uitersten te denken. Zoals klas 7 de ontdekkingsreizigers zijn, die alles gaan uitproberen, nieuwsgierig zijn, zo kom je in klas 8 juist het zwart-witdenken tegen als een manier om echt tot meningsvorming te komen. Daarvoor moeten ze eerst de tegenpolen opzoeken. Daar probeer je bij aan te sluiten met je les. Daarom laat ik ze hier eerst ook in zwart-wit tekenen, om duidelijke scheidslijnen te krijgen. Daarna kunnen ze grijstinten gaan aanbrengen, als een nuancering. Ik geef ook les in scheikunde, aardrijkskunde en geschiedenis en daar doe ik dat ook. Bijvoorbeeld door ze over de industriële revolutie zowel de technische vooruitgang te laten zien alsook de sociale gevolgen. Ook aan Napoleon en Alexander de Grote zitten twee kanten. In de biologie heb je dat ook. Het werken met genetisch materiaal bijvoorbeeld, daar zitten voor- en nadelen aan. Steeds werk je zo met zwart-wit, antipathie en sympathie, voor en tegen, op weg naar meer kleuring en eigen meningsvorming. Ik heb een klik met deze leeftijd. Daarom ben ik ook klassenleraar van klas 7 en 8.”

Vieren verbindt

Ander leraren voelen zich weer meer op hun plaats in hogere klassen en bij de ontwikkeling die de scholieren daar doormaken. Om binnen de ervaringswereld van al deze leerlingen steeds ook de eigen creativiteit aan te boren, horen toneel, zang, dans, poëzie, voordrachten, schilderen, met je handen werken, door een sterrenkijker kijken, werkstukken maken en wat er ook maar aan kan bijdragen, er op een vrije school net zo bij als de lesboeken die op tafel komen. Zo komt de lesstof voor een deel min of meer uit hun eigen handen.Hele_school_die_de_spreuk_zegt.jpg
Daarbovenop komt nog dat vrije scholen zeer gecharmeerd zijn van rituelen met een religieuze achtergrond. Of het nu gaat om het voorlezen van een spreuk of om het vieren van christelijke feesten als kerst en driekoningen, de vrije school grijpt ze graag aan om de verbinding met de grotere geestelijke wereld telkens weer te benadrukken. Iets vieren is een manier om te ervaren en dus wordt op de SVS niet alleen kerst gevierd, maar ook alle vier adventsperiodes die er in de maand daarvoor aan voorafgaan.
Op één van die adventsfeesten mag de verslaggever ’s morgens ook een kijkje komen nemen, en hij ziet hoe de grote zaal volstroomt. De talloze gesprekjes, uitroepen en aanwijzingen vermengen zich in de massa tot een wolk van geluid waarin de vrolijke uitgelatenheid steeds bovendrijft: hier gebeurt iets bijzonders. De vloer wordt één grote kluwen, gehuld in een wat schemerig licht waarin kaarsen de sfeer bepalen. “Alles is hier geïmpregneerd tegen brand hoor,” haast een lerares zich te vertellen, voor ik ook maar de indruk zou kunnen krijgen dat er iets niet in orde zou zijn. Het was nog niet bij me op gekomen, maar het is goed om te horen, want de zaal wordt gaandeweg wel erg vol.

Terwijl er nog altijd wat leerlingen binnenwaaien en leraren her en der al ssstttt beginnen te sissen, nemen een paar leerlingen nog snel even de tekst door die zij straks zullen voordragen. Of zingen misschien, want één van hen heeft een gitaar bij zich. En inderdaad het groepje brengt ontroerend zuiver een lied ten gehore. De tekst kan ik in het aanhoudende geroezemoes niet verstaan, maar de klanken spreken voldoende en een daverend applaus van de medescholieren is hun beloning. Hier smelten alle klassen met al hun ontwikkelfasen samen tot één grote groep. Sommigen dragen een gedicht voor, anderen zingen, iemand vertelt een heel verhaal over de bijzondere wereld van de bijen, en ondanks het weinige licht is op het gezicht van docenten duidelijk een voldoening te zien. Vieren verbindt.

De docent moet hier alles uit de kast halen.

Voor de leerkrachten betekent dat ook de voeding die ze soms hard nodig hebben als compensatie voor het harde werken dat van hen wordt verwacht. In een tijd waarin de buitenwereld steeds sterker ook de school binnenkomt – met opvoeding- en gezinsproblemen, grenzen rond seksualiteit en de verleidingen en risico’s van internet – wordt sowieso al veel gevraagd van het onderwijs, maar op een vrije school is dat nog sterker.
Daar waar het uiteindelijk draait om de ziel en de weg van het kind, heb je nog sterker ook te galg.gifmaken met alles wat daar buiten schooltijd op van invloed is. Dat betekent nog meer overleg met ouders en zoveel mogelijk in contact blijven met wat de leerlingen meemaken. “Kinderen bezoeken uit nieuwsgierigheid alle mogelijke sites op internet, zelfs van executies. Dat vult de ziel,” zegt Jules Wehberg.
“Hoe ouder kinderen worden, hoe groter de geheimen,” aldus een artikel hierover in Stichter Berichter. “Jonge pubers delen immers steeds minder met hun ouders. Gezonde geheimen mogen kinderen natuurlijk voor zichzelf houden, maar gevaarlijke geheimen moeten ze altijd met volwassenen kunnen delen.” Op een vrije school rekent de leraar zich bij uitstek tot zo’n volwassene.
De antroposofische aanpak met zijn hoge doelstelling en al zijn extra’s doet niet alleen – geheel volgens de bedoeling – een aanhoudend appèl op wat de leerlingen in huis hebben, maar ook op wat de leerkrachten zelf te bieden hebben en aankunnen. Hier krijgt een leerling behalve gewone rapporten ook een ‘jaargetuigschrift’, dat niet alleen zijn kennis en vaardigheden beoordeelt maar dat ook ingaat op zijn persoonlijke ontwikkeling. Dat kost tijd en energie, zoals dat geldt voor de hele manier van les geven, het organiseren van de vieringen en het bereikbaar zijn voor de leerlingen. De docent moet hier alles uit de kast halen. “Je moet er met je hele ziel en zaligheid staan,” zegt Jules Wehberg. “Dat is mooi, maar ook lastig. Als het lukt, heb je een bijzondere les, maar je hebt ook wel eens een slechte dag en daar prikken ze dan zo door heen. Ook daarin moet je jezelf dan eerlijk laten zien. We zijn hier allemaal op aarde met een vraag. Elke dag zoeken we hier ook naar het antwoord en proberen we het raadsel van het kind te ontsluieren. Dan moet ik ook eerlijk laten zien dat ik zelf ook nog met die vraag bezig ben, dat ik ook op weg ben.”

Trots op hun school

“Het mooie van ons onderwijs is dat je de leerlingen echt goed leert kennen, maar het vereist wel veel voorbereiding,” zegt Gijs van Lennep. “Enthousiasme bij de leerkrachten is heel belangrijk. Als je er niet ook als mens staat, gaat het fout. We hebben wel eens mensen gehad die het schoolboek er als het ware tussen hielden, maar dat lukt hier niet. De leerling op een vrije school prikt daar meteen doorheen. Die wil weten wie jij bent. Om de vlam bij de ander te ontsteken, moet er een vonk overslaan. Dat vraagt inderdaad veel van leerkrachten. De sfeer in de lerarenkamer is erg open om daarover te praten. We helpen elkaar en nieuwe leraren krijgen de eerste twee jaar ook altijd een coach. Maar dat neemt niet weg, dat het veel energie kost. Er is nu eenmaal veel voorbereiding nodig omdat veel van de lesstof bij ons niet op schrift staat. We hebben hier wel gehad dat leraren nog ’s nachts aan het werk waren om alles rond te krijgen. Dat is te gek en daar moeten we ook op letten. Gelukkig hebben we niet veel overspannen leerkrachten meer, maar vroeger wel.” Hij heeft zelf een antroposofische achtergrond, maar verlangt dat niet van de leerkrachten. “Je moet als leraar wel open staan voor de achtergronden van ons onderwijs. Je moet open staan voor de spiritualiteit van de mens, anders zit je hier niet goed.”

In de lerarenkamer hangen de leraren in de grote pauze her en der met een kop thee en een broodje wat onderuit in een stoel. Bob Siepman heeft zijn sterrenkijker al lang weer opgeborgen en mengt zich in het gesprek over de invloeden waaraan de scholieren bloot staan als ze straks weer buiten zijn. “Het voordeel van ons onderwijs is dat je een band krijgt met de leerlingen. In de vertrouwensrelatie die je zo krijgt, komen ze ook met hun problemen die ze niet aan hun ouders vertellen.” Een ander beaamt dat: “Je probeert een veilige basis te zijn, al hoor je voor hen natuurlijk toch ook tot de buitenwereld.” schoolgebouw.jpg
Hoe zien de leerlingen dat zelf, hoe vinden zij het om op een vrije school te zitten? Een kleine rondgang her en der levert vooral schouderophalen, lacherige opmerkingen en in een aantal gevallen ‘best wel leuk’ en ‘fijn’ als reactie op. “Vaak zitten ze al lang op een vrije school en weten ze uit eigen ervaring niet hoe het ergens anders is,” zegt Jules Wehberg. “Maar ze vertellen er wel eens over dat ze van vriendjes horen hoe het ergens anders is, en dan vinden ze het daar maar raar en afstandelijk. Binnen mopperen ze natuurlijk best, maar naar buiten toe merk je vaak dat de leerlingen hier de school verdedigen. Dan zijn ze best trots op hun school.”


Reacties

Plaats een reactie

Bij dit onderwerp zijn nu 3 reacties geplaatst.
Heb je vragen, opmerkingen of toevoegingen?
Je reactie is welkom!
Je kunt je ook inloggen of registreren, maar dat is niet verplicht om te kunnen reageren.

afbeelding van Geert
Geert (niet gecontroleerd)
31 December 2009

Eén van mijn dochters zit op de Kees Boeke School in de Bilt, ook wel de Werkplaats genoemd. Ook zo'n 'vrije-school'. Het is een verademing invergelijking met het reguliere onderwijs. Niet de kinderen gaan elk lesuur naar een andere klas, nee, ze hebben een vast eigen domein, waar de leraar op bezoek komt voor individuele of groepsbegeleiding of meer traditioneel klassikaal onderwijs. De leraren hebben er zichtbaar plezier in om op deze 'andere' wijze met kinderen om te gaan en hen te scholen. Dat resulteert in een laag ziekteverzuim onder leraren. Deze school heeft absoluut geen probleem om capabele leraren aan te trekken. Ze staan in de rij om hier les te mogen geven! Inderdaad respect voor de unieke individualiteit voor ieder kind staat hoog in het vaandel. Het is in mijn visie DE onderwijsmethode voor de toekomst. Helaas nog erg in een keurslijf gedwongen van verplichte projecten, regels en effectmetingen door de overheid. Maar uiteindelijk zal in mijn overtuiging dit onderwijssysteem glorieus boven komen drijven als beste voor mens en maatschappij!
In de politiek heeft gelukkig de nieuwe landelijke politieke 'partij voor Mens en Spirit' (MenS)zich opgeworpen als expliciet voorstander van deze vorm van onderwijs (www.mensenspirit.nl). Met een beetje hulp van de politiek komt het uiteindelijk dan nog best goed met dat onderwijs. Gelukkig!


afbeelding van Ruud Gersons
Ruud Gersons (niet gecontroleerd)
20 Januari 2010

Met alle respect voor de Kees Boeke School (zie het ingezonden stukje hier boven), maar dat is geen Vrije School. Nou staat het woord 'vrije school' daar tussen aanhalingstekens, dus is het misschien ook alleen maar bedoeld om bepaalde "vrijheden"aan te duiden Maar om verwarring te voorkomen: de Kees Boeke school behoort niet tot de groep van ca. 95 Nederlandse Vrije (Rudolf Steiner) Scholen. De Kees Boeke School heeft wel gemeen met de Vrije Scholen. dat ze behoort tot de "traditionele onderwijs vernieuwers". Verder is de Kees Boeke School (de naam zegt het al) geen Vrije Rudolf Steiner School.
Het woord "Vrije School" wekt trouwens veel misverstanden. Het "vrije" heeft niets, maar dan ook niets te maken met leerlingen die heel veel vrijheid hebben in wat en of ze wel of niet willen leren. in tegendeel: de Vrije Scholen zijn zeer gestructureerd en er wordt hoofdzakelelijk klassikaal les gegeven.
Het woord "vrije" slaat op de wens van de Vrije Scholen om het onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven, zonder druk en bemoeienis van de Staat. De invloed "van boevenaf" wordt in de Vrije School beweging als zeer knellend en belemmerend ervaren.
Ruud Gersons
Docent Kunstgeschiedenis
Stichtse Vrije School te Zeist


afbeelding van Cooke18Concepcion
Cooke18Concepcion (niet gecontroleerd)
8 Juni 2010

The <a href="http://lowest-rate-loans.com">loan</a> suppose to be useful for people, which want to start their organization. As a fact, it is comfortable to receive a secured loan.


Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te testen of je wel een menselijke bezoeker bent. Dit is noodzakelijk om ons tegen spam te beschermen. De code bestaat alleen uit cijfers.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.