In het laatste papieren Eigentijds Magazine stond een uitgebreid interview met kunstenaar Iebele Abel, naar aanleiding van zijn expositie ‘Mind over Matter’. Hij zat sindsdien niet stil.
Onlangs verscheen de nederlandstalige uitgave van ‘Iebele Abel, Talks about Mind over Matter’. In het eerste hoofdstuk schetst hij op heldere wijze de vage scheidslijnen tussen materie en geest, tussen kunst en wetenschap. Hieronder enkele fragmenten uit dit hoofdstuk (overgenomen met toestemming van de uitgever).
Geïnteresseerd in beide perspectieven
Vanmiddag liep er een heel klein, piepjong torretje over mijn hand. Het diertje was bijna doorzichtig, ik denk dat het net uit het eitje gekropen was. Dat hele klein wezentje probeerde heel dapper in z’n eentje de wereld van mijn hand te verkennen. Hoe langer je naar zo’n diertje kijkt, hoe wonderlijker en mysterieuzer zijn bestaan wordt.
Je kunt natuurlijk op verschillende manieren naar zo’n diertje kijken. Je kunt bestuderen hoe het lichaam van zo’n torretje werkt. Je kijkt dan naar de stofwisseling, de chemische huishouding en de mechanische structuur van zijn lichaam. Dat is een manier om het verschijnsel ‘torretje‘ beter te leren kennen. Een andere manier om naar zo’n diertje te kijken is je af te vragen hoe het tot leven is gekomen, waarom het zal proberen zich voort te planten, en waarom het ooit weer zal sterven.
De eerste manier van kijken, dus het bestuderen van hoe het wezentje in fysiek opzicht functioneert, is in onze tijd tot hoge ontwikkeling gekomen. We leven in een betrekkelijk geavanceerd technologisch milieu, waarin we redelijk in staat zijn de fysieke realiteit naar onze hand te zetten. Maar hoe hoog ontwikkeld we in dit opzicht ook zijn, de vragen die de tweede manier van kijken oproept kunnen niet worden beantwoord. Er is geen antwoord op de vraag wat de oorsprong en het doel van het leven is. Tenminste, niet dat ik weet. Toch is deze vraag altijd gesteld door mensen, in alle tijden. We zijn ons ervan bewust dat we zijn, maar we weten niet wie we zijn. We kennen de verschijnselen, maar hun oorzaak, hun diepste, oorspronkelijke oorzaak kennen we niet. Zelfs van een steen weten we niet waarom die bestaat. Op een meer metafysisch niveau, kennen we ook de oorsprong van ons denken niet. We weten niet waarom we weten, of liever, waarom we niet weten.
In dit groteske ‘niet weten‘ kun je natuurlijk van alles verzinnen als een verklaring. Een redelijk consistent idee in de geschiedenis is dat de werkelijkheid uit de geest is voortgekomen. De geest is er in dit model dus vóór de stof, vóór de materie. De moderne wetenschap ontwikkelde in tegenstelling tot dit ‘spirituele‘ model een materialistisch, causaal model, dat het aannemelijk maakt dat het bewustzijn uit de materie, ons lichaam voortkomt. Je hebt dus ruwweg twee scholen. De eerste zegt ik heb een lichaam omdat ik denk, en de ander zegt ik denk omdat ik een lichaam heb. Het spirituele en materialistische model verschillen zo sterk van elkaar, met name omdat het perspectief zo anders is. Het spirituele model vraagt naar de oorsprong en zingeving van verschijnselen, het materialistische model vraagt naar de verklaring van verschijnselen.
Ik ben geïnteresseerd in beide perspectieven, omdat er misschien in de materie en in het bewustzijn een gemeenschappelijk, universeel aspect is, dat we dan wel niet kennen maar waarvan we het bestaan wel vermoeden. Als dit vermoeden juist is, dan is er in materie en in bewustzijn een gemeenschappelijk ‘iets‘ dat beide met elkaar verbind. Dit gemeenschappelijke ‘iets’ probeer ik uit te drukken. Dat kan ik alleen maar doen door zowel het materialistische als het spirituele perspectief in mijn werk te gebruiken. Technologie en spiritualiteit dus.
Bewustzijn is veel meer dan elektrische signalen.
(...)
Sinds de uitvinding van EEG en ECG zijn we vertrouwd geraakt met het idee dat veranderende stemmingen, gedachten en activiteit ook andere hersengolven en een andere hartslag laten zien. Ik denk dat we daardoor ook meer zijn gaan denken in termen van bewustzijn. Maar ons bewustzijn is natuurlijk veel meer dan de elektrische signalen van onze hersenactiviteit. Bewustzijn gaat ook over voelen, aanvoelen, dingen zien, dingen verlangen, ga zo maar door. En wat nog belangrijker is, we zijn ons bewust van andere mensen en dieren; we zijn ook gevoelig voor gevoelens en emoties van anderen, soms zelfs zonder dat we hen zien. Op de één of andere manier zijn we in staat dingen op te pikken uit onze omgeving. We doen dat niet alleen door onze zintuigen, maar ook door meer intuïtieve prikkels, die soms los lijken te staan van zintuiglijke prikkels.
Niemand weet hoe dit soort buitenzintuiglijke waarnemingen werken. Het is een geheimzinnig verschijnsel, maar het is wel een verschijnsel waar we ons bewust van zijn. We weten wanneer we verlangen, dromen, angstig zijn, voelen, aanvoelen of voorvoelen. Dat alles speelt zich in ons innerlijk af, en we kunnen dit innerlijk waarnemen als een realiteit buiten de zintuiglijk waarneembare realiteit om. Hier is iets magisch aan de hand, want ook al lijkt dit innerlijk waarnemen onstoffelijk – we kunnen het immers niet vastpakken – toch lijkt onze innerlijke ervaring wel degelijk verbonden te zijn met de fysieke realiteit.
Bewustzijn als actief onderdeel van processen.
(...)
De harde lijn van de wetenschap zegt dat ons bewustzijn, onze vrije wil niet bestaat. Volgens deze lijn van denken kan de vrije wil niet bestaan, omdat ons universum rationeel, causaal zou zijn. Voor een ‘toevallig‘ iets als de vrije wil is in dit causale universum geen plaats. Ook de Darwinistische opvatting over de evolutie gaat uit van oorzakelijke chaotische processen, waarin het bewustzijn nauwelijks een rol speelt: door causaal toeval ontstaan er nieuwe biologische variaties, en als zo’n toevallig creatuur succesvol is dan overleven zijn genen het nageslacht. Maar stel nu - en dit is een opvatting die sinds duizenden jaren tot op de dag van vandaag in de mystiek, de wetenschap, de filosofie en natuurlijk in de kunst ook bestaat - dat de processen in de natuur en ons bewustzijn minder chaotisch, minder causaal zijn dan het lijkt? Stel dat een, of ons, of mijn bewustzijn een actief onderdeel is van de processen in ons lichaam en in de wereld? Dan zijn we minder overgeleverd aan toeval dan we misschien denken.
Magie
(...)
Het leren spelen van een instrument vraagt jaren oefening. Wanneer een musicus repeteert voor een voorstelling, dan maakt hij nog steeds allerlei fouten. Op het moment dat hij het podium betreedt kan hij een muziekstuk soms feilloos spelen. Het lichaam, het bewustzijn, de noten en het instrument lijken dan één te zijn. Op zo’n moment ontstaat er een bepaalde magie tussen hem en het publiek. Het lijkt wel of de musicus vleugels krijgt, en het publiek geniet van zo’n moment. Er is dan een onderling contact tussen de musicus, de muziek en het publiek. Alle voorbereiding komt samen tijdens de voorstelling. Wanneer muziek met vleugels wordt gespeeld lijkt het op een mystieke ervaring, omdat er een sterke beleving van verbondenheid is. Zo is dat ook geweest toen ik de serie Mind over Matter maakte. Als ik er over praat klinkt het soms heel theoretisch of technisch, maar het gaat uiteindelijk om het bereiken van een moment van verhoogde inspiratie. De techniek dient er voor om dat moment te bereiken, en om het vast te leggen. Vergelijk dit met de techniek die een schilder, een musicus of een sporter moet beheersen om tot een prestatie te komen.
Scheppend bewustzijn
(...)
Ik denk dat we in het proces van onze ontwikkeling de technologie, en vooral ook de wetenschap en kunst die haar hebben voortgebracht, dankbaar mogen zijn voor de inzichten die het ons heeft verschaft, en mogelijk nog zal brengen. Ik ben zeker niet in strijd met technologie. Wat ik wil benadrukken is dat het model van waaruit onze technologische samenleving is ontstaan inmiddels een dermate exclusief karakter heeft gekregen, dat we ons in deze tijd erop moeten gaan bezinnen hoe ons model van de werkelijkheid kan worden verruimd. Het lijkt mij van belang te benadrukken dat de nieuwste ontwikkelingen in de wetenschap steeds beter aan lijken te sluiten op oude wijsheidtradities als de esoterie en de mystiek. Als we inderdaad bevestiging vinden voor de gedachte dat alles in ons universum met elkaar verbonden is, en dat alles in onze fysieke realiteit is ontstaan vanuit ‘de geest,‘ vanuit bewustzijn, dan heeft dat een enorme impact op onze ontwikkeling.
Het doel van het mystieke denken is je plaats in het universum te verkennen, en op die manier te leren een beter mens te worden. Dat is uiteindelijk een persoonlijk proces. Je kunt zo’n proces niet aan een ander opdringen, op geen enkele manier, omdat iedereen verschillend is, met eigen vertrekpunt en zijn eigen vervolg proces. Wat je wel kunt proberen is om de gemeenschappelijke noemers zo breed mogelijk te houden, zodat je in je denken zoveel mogelijk ruimte houdt voor de verschillende invalshoeken van verschillende mensen.
Bewustzijn is voor mij zo’n noemer. Het is een heel breed begrip, dat geen betekenis zou hebben als mensen niet het vermoeden zouden hebben dat bewustzijn een zekere kracht heeft. Het is ons bewustzijn waarmee we waarnemen, daar lijkt iedereen het wel over eens te zijn. Daarnaast is er een vermoeden dat ons bewustzijn creatief, dus scheppend is. Dit scheppende vermogen wordt al heel lang in de mystieke en esoterische literatuur vermeld. De laatste jaren wordt deze ‘kennis‘ steeds populairder.‘
Het is de vraag of het scheppende vermogen van ons bewustzijn ook zonder fysiek handelen een bepaald resultaat in de wereld kan brengen. Dat is een belangrijke vraag, omdat wanneer dit zo is, we waarschijnlijk heel anders met ons bewustzijn zouden omgaan. En daar kan de wereld beter van worden, maar evengoed ook stukken slechter. Het ligt er maar net aan wat je met zulke kennis wilt doen. Ik maak er beelden en muziek mee.
www.iebele.nl
Iebele Abel, Talks about Mind over Matter
ISBN 978-90-79735-04-4
Nieuwe reactie inzenden