Albert Gaertman bezocht tijdens zijn vakantie in Italië een aantal hotspots van de katholieke kerk. Hieronder deelt hij zijn ervaringen en overpeinzingen.
De Sint Pieter
Tijdens diverse eerdere bezoeken aan Rome was het Vaticaan erbij ingeschoten. Misschien te vaak de paus en de St Pieter op tv gezien om er nog veel van te verwachten. Maar vanwege een vriendin die ik had beloofd om in Italië voor gids te spelen, stond het katholieke hoofdkwartier nu hoog op de agenda. Dat we toevallig allebei een week eerder ‘Angels and Demons’ hadden gezien, gaf zelfs een actueel tintje aan het eeuwenoude gebouw. Die film, leuk ondanks het weinig geloofwaardige verhaal, speelt zich voor een groot deel in Vaticaanstad af en gaf ons diverse herkenningspunten en aanleidingen voor grappen.
Als je erop af rijdt, valt op hoezeer de St Pieter lijkt op andere belangrijke gebouwen in de westerse wereld: het Witte Huis, Buckingham Palace, het Massachussetes Institute of Technology. De sfeer van grandeur en de manier waarop de architectuur de bezoeker bij voorbaat degradeert tot iemand die met de hoed in de hand iets komt vragen, geven een duidelijke boodschap af: ‘hier zetelt de macht’. Pas de vele beelden van heiligen op de zuilengalerij rondom het enorme plein, maken duidelijk dat het bij de St Pieter om een kerk en niet om een werelds gebouw gaat. We concluderen dat als je beeld hier staat, je een vaste klant bent in de heiligen top 100 aller tijden. Jammer dat er geen open plekken meer zijn.
Dat ruimtegebrek is ook in de kerk duidelijk een probleem. Er is geen vierkante centimeter vrije ruimte meer te vinden. Waar je ook kijkt, overal zie je beelden, symbolen, Latijnse teksten, fresco’s en schilderijen. Iedere belangrijke kardinaal en elke paus wordt een monument gegund. En in 2000 jaar zijn dat er dus heel veel. Voeg daarbij de enorme hoogte van de kerk en de koepels die her en der magische lichtstralen door de ruimte en op de vloer werpen, en het is niet verwonderlijk dat het je na tien minuten al duizelt. Er is zo’n overkill aan kunst, zoveel te zien, dat je het eigenlijk al snel gezien hebt. Dat een kerk op de eerste plaats een plek is voor contemplatie, meditatie en devotie, blijkt hier nergens. Wie wil bidden – de omgeving lijkt zelfs te zeggen ‘wie dan toch perse zo nodig moet bidden’ – kan terecht in een met een gordijn afgesloten kapel aan de zijkant. Wel eerst op je beurt wachten.
Religieuze gevoelens overvallen ons pas bij het zien van Michaelangelo’s Pieta. Het beeld van Maria met het dode lichaam van Jezus op haar schoot staat achter een glazen wand, en dan nog een meter of acht naar achteren. Toch valt iedereen stil bij het zien van zoveel beweging, zoveel emotie, zoveel expressie in koud en hard marmer. Men kan de combinatie van diepe pijn en gelaten aanvaarding op het gezicht van Maria eindeloos bekijken, maar nooit bevatten. Het besef dat Michaelangelo dit beeld maakte toen hij begin twintig was, geeft een extra dimensie aan dit mysterie. Ik moet denken aan andere kunstenaars die al op jonge leeftijd meesterwerken maakten. Astral weeks van Van Morrison, Einstein’s inzichten, Rainer Maria Rilke’s gedichten, Layla van Eric Clapton. De ongeremdheid en ongeconditioneerdheid van de jeugd staat het aanboren van diepe lagen misschien makkelijker toe dan de relativerende wijsheid van ouderen.
Het museum
Na de kerk stappen we de geschiedenis van het katholicisme binnen. Ook hier een overweldigende hoeveelheid uitgestalde spullen, maar intiemer en toegankelijker. Perfecte informatie in diverse talen op een ipod. Je kunt per nummer informatie oproepen, dus hoeft niet tijdens je rondgang de verteller bij te houden. Het valt hier op, en later in de catacomben ook, dat de als geheimzinnig en gesloten bekend staande kerk zeer open omgaat met de historische schatten. Alles is op intelligente en zorgvuldige wijze bewaard, uitgestald en toegelicht.
Tja, wat te maken van de santenkraam van schitterende kunst, merkwaardige relikwieën, overdadig versierde gewaden en oude geschriften ? Wil ik wel de opvallend kleine schedel van een of andere heilige dame van 700 jaar terug in een vergulde kooitje op een barokke standaard zien ? Martelwerktuigen waarmee christenen in het oude Rome werden bewerkt ? De vergulde vermeende vinger van St Petrus ? Dan opeens weer schitterend versierde, zeer oude koormuziek, in een notatie die aan ons muziekschrift vooraf gaat. Moderne kunst, door recente presidenten aan pausen geschonken. De sarcofaag van een paus. Goud en zilver overal. Hier staat voor een fortuin aan edelmetaal, nog afgezien van de niet te becijferen historische en artistieke waarde. Nu eens worden we overweldigd door het aanschouwen van de wordingsgeschiedenis van onze westerse beschaving; dan weer moeten we lachen om die dwaze mutsen en mijters die die oude mannen door de eeuwen heen op hun hoofd wilden hebben, of de zorgvuldigheid waarmee een bordje vermeld dat deze briefopener geschonken is door kardinaal huppeldepup in 1873.
Toch, al met al scoort vanwege de openheid, de respectvolle manier van ten toon stellen en de afwezigheid van enige zieltjeswinsfeer, het museum bij ons aanzienlijk hoger dan de kerk zelf. Dat de katholieke kerk eeuwenlang de sterkste sturende factor was in Europa wordt duidelijk beseft. Maar er wordt niet op de borst geklopt, zoals de pausen en kardinalen die zo nodig een prominente plek in de kerk moesten hebben, wel deden.
De catacomben
Vanwege de rolstoel van mijn vriendin (advies: bij een bezoek aan de St Pieter altijd iemand in een rolstoel meenemen. Je hoeft nergens te wachten en mag gratis naar het museum) gaan we met de lift. Mijn grapje ‘to the archives please’, refererend aan de eerder genoemde film, ontlokt een stoïcijnse blik aan de priesterstudent die in zijn opleiding tot nederige dienaar op de liftknoppen mag drukken. Humor komen we dan ook nergens tegen in het gebouw. Ook geen kritiek. Geen woord over de houding van de kerk voor en tijdens WO2 bijvoorbeeld. Het is een keuze waarover men kan discussiëren. ‘Daar komt men niet voor’ is daarbij op zich een steekhoudend argument.
Dergelijke overpeinzingen verdwijnen meteen wanneer we de catacomben in lopen. Want de energie verandert dramatisch. Was wat we tot nu toe zagen vooral vroeg- en laat-middeleeuws en grotendeels cultureel van aard; nu komen we opeens dichter bij het mysterie van de spirituele explosie die Jezus’ leven op aarde was. Zuilen, reliëfbeelden en graven uit de tijd van Constantijn, de keizer die het christendom tot staatsgodsdienst maakte in het Romeinse rijk. Ook hier zijn al de malle mutsen te zien, maar het besef dat de dragers ervan misschien maar 7 generaties afstonden van de apostelen die Jezus zelf hadden meegemaakt, geeft de vage afbeeldingen in marmer een extra dimensie.

In het museum hadden we de lijst van tientallen pausen gezien, beginnend met Petrus. Van vele van hen liggen hier de lichamen, recent en oud door elkaar. Met als grootste contrast de graven van de eerste en de laatste paus op enkele meters afstand. Bij Johannes Paulus de Tweede is het druk. Een bewaker houdt de bezoekers in de gaten; er liggen brieven en bloemen; er wordt gehuild en gebeden. Bij Petrus’ graf, dat slechts van achter een glazen wand te zien is, zit niemand. Toch is dit energetisch met afstand de krachtigste plek van het hele Vaticaan. Het is onmogelijk te zeggen of dit het resultaat is van de devotie door 20 eeuwen heen van miljoenen katholieken, puur op Petrus’ rekening dient te worden geschreven, of een combinatie van beide. Dat geldt uiteraard voor alle heilige plekken, behalve de nieuwe. Hoe dan ook, voor wie om spirituele redenen de St Pieter bezoekt, is dit dé plek voor meditatie. Sterker nog, deze plek alleen is reden genoeg voor een bezoek. De impulsieve, loyale maar bange apostel van zeer goede wil, heeft ons ook na 20 eeuwen nog veel t e vertellen.
De informatie bij de diverse graven is feitelijk en niet zalvend van toon, maar vrij summier. Wat precies onder ‘een moeilijk pausschap’ wordt verstaan, is bijvoorbeeld niet duidelijk. Was dit een van de pauselijke rokkenjagers, zuipschuiten en moordenaars, of een idealist die de kardinalen niet meekreeg ? Voor ik een gebed waag aan de man, zou ik dat toch wel eerst willen weten.
Een stuk stiller dan we erin gingen, komen we aan de andere kant van de kerk de catacomben weer uit. De Zwitserse gardist in zijn potsierlijke uniform is niet te beroerd om ons de toiletten te wijzen, en zo eindigt het bezoek aan de St Pieter met gemengde maar per saldo positieve gevoelens over de manier waarop de katholieke kerk haar eigen schatten en verleden laat zien. Men kan zich niet aan de indruk onttrekken dat er wel degelijk een besef is van wat heilig is en wat niet. En het heilige wordt op gepaste wijze zowel beschermd als gedeeld.
Die indruk wordt versterkt bij ons bezoek aan de volgende bijzondere plek:
Assisi
In en om dit stadje struikel je over de plaatsen die in ere worden gehouden omdat ze verbonden zijn met wat algemeen als de grootste Europese heilige wordt gezien: Franciscus. De grotten op de helling van monte Subasio (al in voor-christelijke tijd als een heilige berg beschouwd) waar hij en zijn medebroeders mediteerden; de Santa Chiara met het kruis dat tot Franciscus sprak (´repareer mijn kerk´) en met het lichaam van de heilige Clara dat als onbedorven gold tot eind vorige eeuw het realisme de overhand kreeg; de basiliek (ernstig beschadigd bij de aardbevingen in 1996 maar inmiddels hersteld) met het lichaam van Franciscus en zeer oude fresco´s; het eerste klooster van de Clarissen; monte Verno waar Franciscus de stigmata (de 5 wonden van Jezus) ontving. En last but not least, de basiliek in voorstadje Santa Maria degli Angeli, waarin zich zowel het kapelletje waarin de eerste broeders mediteerden bevindt als de plek waar Franciscus overleed.
Elk van deze plekken wordt op respectvolle wijze onderhouden en toegankelijk gemaakt. Overal zie je Franciscanen groepjes toeristen informeren. De nadruk ligt hier veel meer dan in Rome op devotie. Er zijn dan wel overal plastic monniken en afbeeldingen van Franciscus te koop, maar omdat het merendeel van de bezoekers om spirituele en niet om culturele redenen komt, is er van een toeristische sfeer geen sprake. Assisi heeft zich, met medeweten en zelfs medewerking van de katholieke kerk, ontwikkeld tot een internationaal spiritueel centrum waar interreligieuze vredesconferenties en congressen worden gehouden.
Hete aardappels worden ook hier niet geserveerd. Zo stelde Franciscus dat wie met devotie in het hart de Portziuncola bezoekt, het kleine kapelletje dat midden in de grote basiliek staat en in oorspronkelijke staat behouden is gebleven, vergeving van zonden zal ontvangen. De kerkelijke leiders schrokken daarvan - want was dat niet al te gemakkelijk ? - en maakten van ‘il perdono’ een bepaalde dag in het jaar. De vraag is wiens woord hier nu geldig is, dat van de heilige of dat van de organisatie ? De huidige paus schreef er een boekje over met zinnige opmerkingen, maar ook hij hakt geen knoop door.
Dit soort voorbeelden zijn tekenend voor de verhouding van de kerk tot haar zonen en dochters die bij leven door de burgers al werden vereerd. Menige later heilig verklaarde gelovige werd eerst weggewuifd, uit de weg gepromoveerd of zelfs opgesloten door de kerk. Toen Franciscus op zijn sterfbed lag te zingen, werd hem van hogerhand, hiërarchisch gezien althans, nog beleefd verzocht om dat niet te doen. Het leek niet gepast en zou bovendien zijn kansen op heiligheid kunnen schaden.
Van die terughoudendheid is nu niets meer over. Franciscus wordt door de kerk geëerd, vereerd, ten voorbeeld gesteld en geciteerd. Mensen kussen de grond van de Portziuncola en stoere mannen zinken, duidelijk voor het eerst in jaren, op hun knieën. Van hysterie is echter geen sprake. Traditionele katholieken, boeddhisten, yogi´s, protestanten en zwevende spirituelen komen hier in grote harmonie samen. De kerk vindt het goed en faciliteert het.
Deze harmonie zal ongetwijfeld te maken hebben met de enorm krachtige energie die hier hangt. Eenmaal de Portziuncola binnen gegaan – ‘hic locus sanctus est’ (deze plek is heilig) staat er op de drempel - is het lastig er weer weg te gaan. Mijn vriendin voelde van alles open gaan en wist niet dat ze zoveel chakras had, vertelde ze na een uur. Ik zag opnieuw bevestigd dat dit een van de krachtigste plekken op aarde moet zijn. En de kerk, of althans sommigen binnen de organisatie, lijkt dat te beseffen.
Heidens
Vergeleken bij Rome, waar macht en spiritualiteit op een vreemde manier door elkaar lopen, en Assisi, dat geheel van devotie vervuld is, loopt Florence niet over van de spiritualiteit. De stad, en ook de dom (San Marco) die het centrum domineert, ademt vooral cultuur en macht (in en) uit. Qua schoonheid doorstaat de dom elke vergelijking met de St Pieter met glans. De genialiteit druipt van het wit/groene gebouw af. Maar ondanks de uiteraard overal aanwezige beelden en schilderijen van heiligen, kardinalen en apostelen, is de energie eerder rauw dan verfijnd - laat staan devotioneel - te noemen. Men kan zich goed voorstellen hoe fra Savoranola eind 15e eeuw in de San Marco zijn donderpreken hield tegen alles wat vies en voos was in de wereld, de kerk en Florence. In die laatste plaats was dat veel, in zijn ogen althans, want in Florence waren de culturele en intellectuele zaden van de Renaissance al lang daarvoor gezaaid en opgekomen. Ook de beelden aan het piazza della Signoria, het stadhuis, zijn schitterend maar weinig subtiel. Ze druipen bij wijze van spreken van het bloed. Helden vechten met monsters en redden schaars geklede vrouwen, waarmee ze vervolgens weer weinig verfijnds in de zin lijken te hebben. Dit is de stad van Lorenzo de Medici, Michaelangelo en Leonardo da Vinci, niet die van Jezus en Maria.
Opvallend zijn de vele heidense symbolen die hier openlijker dan in Rome en Assisi - want ook daar vindt men ze - te zien zijn. Naast griffioenen, demonen in vele vormen en diverse oosterse motieven, komen we in reliëfs regelmatig de ´green man´ tegen, een moeraswezen dat in vele culturen voorkomt, o.a. de Keltische. Of deze onderstroom rechtstreeks te herleiden valt tot de oorsprong van de Kelten in Midden-Europa of later vanuit het Oosten is gekomen, is een interessante vraag die mijn kennis ver te boven gaat. Dat de voor-christelijke spiritualiteit nooit helemaal weg is geweest uit Europa, wordt door deze symbolen in elk geval bevestigd. De kerkelijke autoriteiten, die de opdrachtgevers van elle kerkbouw en van veel kunst waren, lijken er geen bezwaar tegen gehad te hebben. Waarschijnlijk hadden ze deze wezens een plek in hun katholieke wereldbeeld gegeven; de kerk heeft heidense gebruiken en symbolen altijd liever omarmt en geherinterpreteerd dan bestreden.
Heel bijzonder en eerder islamitisch dan christelijk aandoend, is het vloermozaïek achter in de kerk. Als je aan de rand ervan staat en je voorstelt dat dit de rand van een put is, krijgt je het gevoel niet meer weg bij de volgende stap naar beneden te zullen storten. En het woord dat op de bodem van de put vindt, d.w.z. in het midden van het mozaïek, is zeer yogisch en eigentijds: ora (nu).
Veelgelaagd
Al met al levert een bezoek aan deze katholieke hotspots een veel gelaagder beeld van de kerk op dan men doorgaans geneigd is te hebben. Het is niet alleen maar een machtsapparaat van oude mannen. Ook geen sterfhuis zonder spiritualiteit. Maar ook niet wat de organisatie zelf denkt te zijn, de ´enige heilige en apostolische kerk van Jezus Christrus.´ Daarvoor zijn er teveel rafelige randen, incongruenties en statische energie. Zwart, wit en grijs, alle schakeringen zijn aanwezig in het instituut dat nu al 20 eeuwen mede vorm geeft aan onze wereld. Hopelijk vindt de kerk snel een manier om de spirituele kracht van Jezus door te geven zonder claim op de waarheid. En zonder malle puntmutsen.
Het alternatief is uitsterven. En wie moet al die heilige plaatsen en bijzondere historische- en kunst schatten dan bewaren ?
David Is To Be Returned To Italy:
A bit of cultural news for a welcome change.
http://pictures.streakr.com/michelangelo.htm
ncjdhfjdncjdsfhdjff
Nieuwe reactie inzenden