De beelden van de trance-achtige cadans, het beproefde hoofd en de ogen die in de kosmos lijken te staren, staan menigeen nog helder voor de geest. Ook de interviews waaruit bleek dat Gerard Nijboer een bewust levende en kiezende atleet was.
Het gesprek gaat over sport, en tegelijk over persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling. Hieronder de woorden van de man die sportminnend Nederland begin jaren ’80 trots maakte, plus de cursieve gedachten die het horen en uittypen van die woorden opriep bij meditatieleraar Peter Van Kan.
Lopen in flow
Gerard: De race waarin ik dat het sterkst heb ervaren was de marathon in Amsterdam, 26 april 1980. Ik wilde de limiet voor de Olympische Spelen halen. Halverwege hoorde ik dat mijn tijd niet goed was en de limiet er nauwelijks meer inzat. Dat deed iets met me. Ik was nog jong, 24, en ik dacht “Er ligt nog een hardloopleven voor me en kan nu niet meer doen dan mijn best.” Op een of andere manier bracht me dat in een ontspanning die me vleugels gaf. Ik zag de wereld aan me voorbij trekken en voelde geen moeheid, geen pijn. Alles was in harmonie.”
Dezelfde woorden als een andere Gerard, schaatscoach Kemkers, ooit gebruikte toen hij me vertelde over zijn legendarische Olympische 10 km. Het is praktisch moeilijk uitvoerbaar, maar ik ben ervan overtuigd dat als men een sporter in flow zou onderzoeken, er fysiologisch gezien (hersenritme, huidweerstand) veel overeenkomsten met meditatie zouden blijken te zijn. Ook denk ik dat de bekende ‘blik op oneindig’ dezelfde is als wanneer men in meditatie op het derde oog geconcentreerd is en de tijd stil staat.
Wat zou er niet mogelijk zijn, vraagt de sportliefhebber in mij zich af, als een geoefende sporter rebirthing (verbonden ademhaling) en kriya meditatie combineert en in die toestand gaat presteren ? Zou het wel willen zien, met commentaar van Mart Smeets.
Gerard: Ik liep toen een tijd van 2.09.01, wat door de Amerikanen beschouwd werd als een wereldrecord. Er was een Australiër die volgens Europese officials ergens een snellere tijd had gelopen, maar dat parcours is nooit nagemeten. Hoe dan ook, het was een bijzondere prestatie en voor mijzelf een bijzondere ervaring. Ik herstelde ook opmerkelijk snel van die race.
Meditatielessen in het ziekenhuis, om sneller te herstellen na een operatie. Welk ziekenhuis doet een proef ?
Prestatiedrang
Gerard: Toch is zo’n gevoel zoeken geen garantie of de enig juiste manier. Je kunt ook wel eens voor je gevoel geweldig gaan en dan een tijd van niks lopen. En als voorbeeld van een andere insteek: Luc Krotwaar, op dit moment de beste Nederlandse marathonloper, gebruikt juist het bewust ervaren van zijn pijn als stimulans.
Als topsporter telde voor mij uiteindelijk de prestatie. Liever met pijn en moeite een goede tijd dan met een geweldig gevoel een mindere. De race waar ik het meest trots op ben, is dan ook de zilveren Olympische marathon van 1980. Al werd ik 2 jaar later Europees kampioen; de Olympische Spelen zijn nu eenmaal het hoogste platform voor een sporter.
Hou ik op zijn tijd wel van, het doel dat je jezelf stelt als maatstaf nemen. Stel, je doet een therapeutische sessie om van een probleem af te komen. Je drijft heerlijk weg op je emoties en hebt een geweldig uur, à € 65. Een maand later blijk je het probleem nog steeds te hebben. Was het dan een goeie sessie?
Mentaal
Gerard: Mijn eigen geestelijke voorbereiding deed ik alleen. Omdat ik als verpleger in de psychiatrie had gewerkt, kon ik herkennen dat topsporters, dus ook ik, door hun fixatie op presteren een soort neurotisch gedrag kunnen ontwikkelen. Dat wilde ik niet en ik koos daarom voor ontspanning. Ik zocht en ging mijn eigen weg daarin.
In die tijd deed men nog wat lacherig over mentale begeleiding. Er was wel het vage besef dat het innerlijke stuk van belang was voor topsporters, maar er was geen kennis en ervaring op dat gebied. Als er al eens iets aangeboden werd dan waren dat wat ontspanningsoefeningen, technieken waarover ik zelf al lang had gelezen, Jacobson e.d. Daar had ik niet veel aan, dat deed ik zelf al.
Tegenwoordig is dat gelukkig anders. Iedereen beseft dat je goed in je vel moet zitten en in balans moet zijn om te kunnen presteren. Mentale begeleiding is in.
De maatschappelijke ontwikkeling van 25 jaar in een notendop.
Gerard: Het gevaar is nu dat die begeleiding een eigen leven gaat leiden, naast het coachen. Dan kunnen adviezen van psycholoog en coach elkaar gaan doorkruisen, dat is niet goed. Niemand kent de sporter beter dan de coach. Die ziet met één oogopslag hoe zijn pupil in zijn vel zit. Daarom zou de coach zelf, in zijn opleiding, mentale begeleiding moeten krijgen, als vak. Alleen met de stopwatch langs de kant staan is niet genoeg. Je moet als coach generalist zijn, van alles verstand hebben. Als je alles gaat scheiden en van ieder aspect een aparte discipline maakt, werkt het op een gegeven moment niet meer.
Precies! Aristoteles en Newton meenden dat je alles uit elkaar kunt halen en stukje voor stukje verbeteren. Dat dit niet zo is, weten we allang. Het geheel is meer dan de som der delen. Maar in de structuur van onze samenleving is dat besef nog steeds niet overal doorgedrongen. Materieel gezien is de computergestuurde kastomaat hetzelfde als de tomaat die vroeger van het land kwam. Maar wat heb je daaraan als hij niet lekker meer is?
Dienen
Gerard: De overstap van topsporter naar coach is niet gemakkelijk. Je zit opeens in een dienende rol; je moet jezelf geven. En als je dan met een houding geconfronteerd wordt van sporters van “Ik ben dankzij mezelf goed geworden, dus waarom zou ik iets aannemen?”, dan zit je met je handen in het haar. Je hebt gepresteerd, met vallen en opstaan veel geleerd, je wilt het overbrengen en dan wordt het een worsteling. Topsporters kunnen soms niet loskomen van hun gedachten over hoe het moet. Je wil ze behoeden voor fouten die je zelf gemaakt hebt en ze keer op keer ook ziet maken, maar legt het vaak af tegen die eigenzinnigheid en fixatie.
Vertel mij wat. Iemand betaalt je € 50 euro om een meditatietechniek te leren. En als je dan vriendelijk op een scheve rug of verkrampt gezicht wijst, zegt de cursist “Ik wil het op mijn eigen manier doen.” En het ergste is: waarschijnlijk ben ik ook zo. Mensen......
Gerard: Ik ben van nature ongeduldig. Voor een hardloper die snel aan de streep wil zijn inderdaad een prima eigenschap. Maar niet voor een coach. Acht jaar geleden ben ik gestopt met coachen. Nu heb ik een eigen bedrijf, ‘Loopadviezen’, en ben daarnaast nog adviseur bij de Atletiekunie.Nadat ik stopte als coach heb ik nog wel een project mee van de grond getild waar ik trots op ben: het Topsporthuis op Papendal.
Integraal
Vroeger kregen topsporters een zak met geld. Daar mochten ze mee doen wat ze wilden, ook een auto kopen. We hebben met een paar mensen, tegen de aanvankelijke weerstand van de bond in, voor elkaar gekregen dat dat geld nu in één zak gaat. Daaruit wordt het topsporthuis betaald. Een centrum met een integrale benadering. Sporters komen daar een dag in de week en dan is er een coach, een diëtist, een fysiotherapeut enz. Het werkt goed.
Verbaast me niets. Tip voor het Topsporthuis: een yogadocent erbij. Mentale en fysieke beheersing in één. Integraler kan het niet.
Gerard: Lopen kan een belangrijke rol spelen in het verwerven van een gezonde leefstijl. Dat is hard nodig in deze tijd van overdaad en -gewicht. Gelukkig is de interesse er ook. Er wordt veel gelopen.
Mooi. Want lopen is fantastisch. Ken je het boek ‘The Zen of running’ ? Alleen de titel al.
Korte documentaire
Op youtube staat een korte documentaire over Gerard Nijboer:
Reacties
Bij dit onderwerp is nog géén reactie geplaatst.
Heb je vragen, opmerkingen of toevoegingen? Je reactie is welkom!
Je kunt je ook inloggen of registreren, maar dat is niet verplicht om te kunnen reageren.
Nieuwe reactie inzenden