Volwaardig debat over gentech alleen mogelijk indien de rol van zaadmultinationals erbij betrokken wordt.
Minister Verburg en haar ambtenaren uitgedaagd om hun huiswerk te herzien.
Met haar verzoek om de gentech-discussie uit de taboesfeer te halen, heeft Minister Verburg van landbouw dit debat recentelijk weer ‘wakker gekust’. Dinsdag 27 januari jl. heeft de Eerste Kamer de aftrap gegeven met een uitgebreid debat over vele aspecten van de biotechnologie. Maar welke taboes wil de minister eigenlijk doorbreken? En hoe goed zijn de deelnemers aan dit debat werkelijk geïnformeerd?
Gentech is al overal
Gentech gaat iedereen aan. Ook al lijkt het voor sommige mensen misschien een ver-van-hun-bedshow, er zijn al diverse gentechproducten in omloop. Overal ter wereld, voor én achter de schermen, wordt hard gewerkt aan de verdere ontwikkeling van diverse gentechtoepassingen. Eén zo’n toepassingsgebied is voeding. Er komen reeds, duidelijk geëtiketteerd of op diverse manieren verborgen, allerlei gentechproducten in ons voedsel voor. Maar hoe goed zijn de gevolgen van gentechconsumptie eigenlijk onderzocht? En welke belangen spelen mee bij de ontwikkeling, toelating en verkoop van deze producten?
Ook een hapje gentech? Onderscheid tussen voedsel en medicijnen
Voor de helderheid van het maatschappelijke debat over gentech, is het van belang om de diverse gebieden waarop deze wordt toegepast apart te beschouwen. Enerzijds wordt gentech gebruikt bij de vervaardiging van producten waar de burger al dan niet voor kan kiezen, medicijnen bijvoorbeeld en ‘mijn band of mijn koffiezetapparaat’, zoals mevrouw Sylvester, Eerste Kamerlid voor de PvdA, het verwoordde tijdens het debat van 27 januari jl. In dit artikel zullen de ‘vrije keus’ toepassingen van gentech niet aan de orde komen.
Anderzijds, en het is juist dààr waar de schoen wringt, is er steeds meer discussie over gentechtoepassingen in de landbouw en voedselproductie. Bij de teelt en verwerking van gentechproducten blijkt namelijk op allerlei momenten uitkruising met en besmetting van gentechvrije ketens plaats te vinden. De keus voor gentechvrije consumptie wordt daardoor voor de burger in de praktijk steeds moeilijker en, tenzij er nu wordt ingegrepen, op termijn onmogelijk.
In het debat blijkt een grote discrepantie te bestaan tussen theoretische overwegingen, mogelijkheden en risico’s en de werkelijke situatie rondom gentechteelten en –consumptie wereldwijd. Enig taboedoorbrekend werk is hier zeker op zijn plaats.
De minister van landbouw aan het woord
Tijdens het debat van 27 januari kwamen vele aspecten van gentech aan bod. De minister is uitgebreid ingegaan op de zeer verschillende bijdragen van de diverse senatoren. Het onderscheid tussen gentech in medicijnen en niet-consumptiegoederen enerzijds, en gentechtoepassingen in de landbouw en voedselverwerking anderzijds, kwam echter niet uit de verf. Ook blijkt er een groot gebrek aan informatie te bestaan bij de minister en vele senatoren. In antwoord op senator Willems van het CDA, zegt minister Verburg: ‘…een aantoonbaar geval van schade aan milieu of gezondheid als direct gevolg van genetisch gemodificeerde gewassen is mij in ieder geval niet bekend. Wij hebben daar zorgvuldig navraag naar gedaan’.
De ambtenaren van minister Verburg hebben hun huiswerk klaarblijkelijk niet goed gedaan. Ze hoeven namelijk maar even over de grens te kijken, bv naar Frankrijk of Engeland, en ze struikelen over de informatie die de overtuiging van de minister loochenstraffen. In het internettijdperk mag men van onze hoogste ambtenaren toch wel verwachten dat ze dezelfde informatie kunnen vinden als de inmiddels duizenden burgers in Europa die zich actief opstellen tegen gentechvoedsel. Maar als mevrouw Verburg op basis van deze beperkte informatie geadviseerd wordt, is het logisch dat zij de indruk heeft dat er nog diverse taboes rondom gentech zweven.
Een bericht uit het Franse gentechdebat
Als landbouwkundig ingenieur, sinds 10 jaar werkzaam in de Franse Vogezen in de biologische landbouw en aanverwante activiteiten, ben ik de afgelopen jaren betrokken geweest bij de informatievergaring en verspreiding met betrekking tot gentech in de landbouw. Er is een opvallend groot verschil tussen de mate waarin het Franse publiek en de Franse volksvertegenwoordigers geïnformeerd zijn over gentech in de landbouw en wat het Nederlandse publiek en haar volksvertegenwoordigers erover lijken te weten. Er zijn inmiddels honderden mensen in Frankrijk actief in acties tegen gentechteelten, inclusief Franse leden van het Europese Parlement. De ‘Faucheurs Volontaires’, met boerenleider José Bové als voorman, zijn spraakmakend met hun geweldloze acties in de gebieden in Frankrijk waar tòt 2007 gentechgewassen werden verbouwd. Het publieke debat met betrekking tot gentech werd en wordt dientengevolge nog steeds volop gevoerd, zowel op de radio als op de tv. Illustratief voor de Franse betrokkenheid bij dit onderwerp is het feit dat de huidige vicevoorzitter van het Europese Parlement, Gérard Onesta van ‘Les Verts’, zèlf Faucheur Volontaire is en dus verklaard tegenstander van gentechteelten.
Het is dan ook geen verrassing dat Frankrijk dit voorjaar een Moratorium afkondigde met betrekking tot de teelt van gentechmaissoort MON810. Hierdoor was er in 2008 officieel geen commerciële gentechteelt in Frankrijk. De import van gentechgewassen gaat echter ook in Frankrijk onverminderd door, en de Europese Commissie heeft recentelijk het Moratorium m.b.t. MON810 op de tocht gezet.
Vanuit dit Franse perspectief is heel duidelijk te zien welke taboes er in Nederland nog rondom het gentechdebat hangen. Hieronder worden deze taboes tegen het licht gehouden.
Taboe nr. 1
NEE, co-existentie van gentechteelten en gentechvrije teelten is niet mogelijk
Al jarenlang wordt er gesproken over een mogelijke co-existentie van gentechlandbouw en gentechvrije landbouw. Eigenlijk weet iedereen met een beetje kennis van de bloempjes en de bijtjes wel dat stuifmeel erg ver van de plant terecht kan komen, en dat de afstanden die genoemd worden van 250 meter rondom gentechvelden een lachertje zijn. We vinden in Europa zand uit de Sahara terug. Stuifmeel is nog lichter dan zandkorrels, dus gaat u maar na. Co-existentie is niet realistisch, al helemaal niet in het kleine land dat Nederland is. In het goed leesbare én goed gedocumenteerde rapport: ‘Seeds of doubt: North American farmers' experiences of GM crops’, uitgegeven in 2002 door de Britse Soil Association, staat onder andere vermeld hoe de biologische boeren uit Saskachewan geen koolzaad meer kunnen verbouwen. Het is hen onmogelijk gemaakt gentechvrij te verbouwen door de omringende gentech-koolzaadpercelen. Ook het voorbeeld van Mexico is schrijnend. In dit land, waar van oudsher enorm veel maïsvariëteiten worden verbouwd, wilde de regering genetch buiten de deur houden. Via de achterdeur kwamen echter ‘de witte zakken’, dat wil zeggen zakken zonder etiketten, de grens over met goedkoop aangeboden gentech maiszaad. Heden ten dage is een groot deel van de biodiversiteit aan maïssoorten besmet door gentech. Dus een keuze voor gentechteelten is per definitie een keuze voor de onmogelijkheid om nog gentechvrij te produceren en consumeren.
In dit verband wordt ook duidelijk dat het tweede deel van de motie, die voorgesteld is door een groot aantal senatoren op 27 januari, waarbij de regering wordt gevraagd om ‘te bewaken dat de gangbare -- organische of biologische – voedselketen wordt behouden, zodat daarmee ook de keuzevrijheid van de consumenten om ggo-vrij voedsel te kunnen kopen, gewaarborgd blijft’
gebaseerd is op drijfzand, omdat in het eerste deel van de motie gevraagd wordt onderzoek te bevorderen om bepaalde gentechtechnieken vereenvoudigd toe te kunnen laten. Tenzij de opzet van de betreffende senatoren is dat we de biologische landbouwsector uit Nederland wegwerken, zodat we alleen nog gentechvrije bioproducten kunnen importeren uit regios die zich gentechvrij verklaard hebben (waarvan er overigens steeds meer ontstaan). Ook de eerder genoemde Franse Europarlementariër Onesta is overduidelijk op zijn website ‘Carré d’Europe Web’: ‘Coexistence impossible’.
Taboe nr. 2
NEE, de Europese beoordeling van gentechvoedsel door de EFSA is niet optimaal, en wellicht zelfs ontoereikend
In het Eerstekamerdebat komt de EFSA, de ‘European Food Safety Authority’, regelmatig ter sprake. Veel senatoren stellen hier vragen over. En met recht, aangezien dit Europese orgaan onder andere de Europese Commissie adviseert met betrekking tot de veiligheid van gentechvoedsel, voordat dit al dan niet op de Europese markt wordt toegelaten. De EFSA zou een orgaan moeten zijn dat de belangen van de consumenten hoog in het vaandel heeft staan. Het gaat immers om Food Safety. Maar de berichten zijn hardnekkig dat de EFSA zeer gevoelig is voor druk van belanghebbende partijen als zaadhandelaren.
In het debat van 27 januari wordt vooral veel om de hete brij heen gedraaid. De minister doet regelmatig uitspraken als ‘ggo’s worden pas toegelaten als zij veilig zijn voor mens, dier en milieu’ en dat de EFSA ‘zeer verantwoord wetenschappelijk werk uitvoert’.
Hoe zijn deze uitspraken echter te rijmen met het rapport ‘Throwing caution to the wind’ dat in 2004 werd uitgebracht door ‘Friends of the Earth Europe’? In dit rapport worden feiten genoemd die grote twijfels oproepen over de onafhankelijkheid van de wetenschappers van de EFSA.
En hoe kan het dat recent Weens onderzoek naar de Monsanto gentechmaissoort NK 603 x MON 810, uitgegeven door de Oostenrijkse overheid, aantoont dat muizen met een gentech-menu minder én lichtere nakomelingen baren dan muizen met een gentechvrij menu, terwijl deze betreffende gentechmaïssoort door de EFSA als veilig is bestempeld? Greenpeace kopte al gelijk: ‘muizen, stop anticonceptie, eet gentechmais!’. Waarom horen we de EFSA niet onmiddellijk met een verklaring dat deze maïssoort opnieuw onder de loep zal worden genomen? Er is meer dan genoeg aanleiding om het functioneren van de EFSA nauwkeurig te onderzoeken en te volgen.
Taboe nr. 3
JA, de belangen van consumenten zijn ondergeschikt aan de financiële belangen van Monsanto en andere gentechmultinationals
De Franse journaliste Marie-Monique Robin, gelauwerd voor haar journalistieke werk, heeft 3 jaar lang onderzoek gedaan naar de praktijken van Monsanto, de multinational die marktleider is op het gebied van gentechzaadproductie. Het resultaat is een bijna 2 uur durende documentaire geworden: ‘The World according to Monsanto’, uitgekomen in maart 2008, die op dit moment in razend tempo de wereld overgaat. Deze documentaire geeft een onthutsend beeld van de werkwijze van deze multinational, die hard op weg is om eigenaar van bijna alle grote zaadbedrijven ter wereld te worden. Iedereen die deze documentaire ziet raakt doordrongen van de ernst van de situatie. Er is echt geen minuut meer te verliezen als we als boeren, burgers en consumenten straks nog zeggenschap willen hebben over de kwaliteit van ons voedsel. Het is duidelijk dat mevrouw Verburg en haar ambtenaren geen kennis hebben genomen van deze informatie, want in het debat komt dit element slechts zijdelings aan de orde. Dit in tegenstelling tot dhr. Jacobsen (Wageningen UR) die in november 2008 tijdens een ‘expert meeting’ klip en klaar zegt tegen dhr. Veerman (voormalig minister van Landbouw):
‘We hebben ons allemaal te pakken laten nemen door een multinational’.
Er kunnen alleen zinnige besluiten met betrekking tot gentechvoedsel worden genomen als men op de hoogte is van de mechanismen toegepast door Monsanto en co, die ertoe geleid hebben dat we nu staan waar we staan met betrekking tot gentech.
Conclusie
Het lijkt erop dat dat Nederland, waar het gentechvoedsel betreft, nog steeds een ‘Amerikaanse Provincie’ is, waarin de handelsbelangen en het door belanghebbende bedrijven gefinancierde onderzoek bòven de belangen van de consumenten worden gesteld. Waar in Frankrijk een groot deel van de bevolking én steeds meer volksvertegenwoordigers zich uitspreken tègen gentechvoedsel, wordt er in het Nederlandse debat gesproken over ‘gentech in band en koffiezetapparaat’…..
Hopelijk draagt bovenstaande informatie bij aan een betere informatievoorziening rondom alle aspecten van gentechvoedsel, en zijn minister Verburg en haar ambtenaren uitgedaagd om in het vervolg beter hun huiswerk te doen waar het zo’n belangrijk thema betreft.
Ir Janneke Tops,
Wageningen Biologische Landbouw 1997
janneke@ecolonie.eu
www.ecolonie.eu
Nb.1. Alle in dit artikel genoemde rapporten en citaten zijn te vinden op internet.
Nb 2. Uitgebreid artikel over gentech op deze site.
Nb 3. Mensen die zich actief willen inzetten voor een gentechvrije toekomst kunnen zich aansluiten bij de Gentechvrije Burgers.
Nieuwe reactie inzenden